Travelwire






Dag 2: Ushuaia 2

Vrijdag 10 maart 2006

De nacht in de kooi verloopt goed, hoewel ik niet continu door slaap. Hij is niet comfortabel, net niet lang genoeg. Maar ik heb het de achterliggende dagen wel slechter meegemaakt en toen was ik ook tevreden. Er is in elk geval geen reden om te vrezen dat het de komende weken vervelend zal liggen.. Ik kom wat later uit bed, om anderen in de gelegenheid te stellen hun maag te vullen in een stampvolle eet-'zaal'. Ze willen allemaal laten zien dat ze precies om 8.00 uur aanwezig kunnen zijn; prima. Om 8.30 uur sta ik op, om 9.00 uur heb ik mijn ochtendrituelen tot en met ontbijten afgewerkt. Het ontbijt kan je zo omvangrijk maken als je wilt, er is wit en bruin brood, ham, jam, kaas, ei, vruchtensap, melk, cornflakes en nog meer. Ook is er gelegenheid om brood te roosteren. Ik denk dat ik zelf wat moet afwisselen om het lekker te houden, maar dat zoeken we nog wel uit. Ik breng het bord naar de keuken en loop de stad in. Na de aanschaf van een flesje water kan ik zonder problemen de taxi in, maar intussen ben ik dicht bij een goede internetshop gekomen. Ik moet nog melden dat ik aan boord wellicht niet kan internetten, dus lijkt het me een goed idee om dat meteen maar te doen. Als ik het weblog netjes heb afgesloten, stap ik om 11.00 uur in de taxi, die mij in een kwartiertje naar het pad langs het Beaglekanaal brengt. Ik spreek af dat hij mij om 16.00 uur ophaalt. Een heerlijke wandeling volgt. Je moet eerst door een hek, want dit is eigenlijk het terrein van een estancia. Vervolgens loop je door een mooi stuk grillig natuurbos, met veel oude bomen. Niet dik en statig, maar ruw verweerd, wijd vertakt, met stevige wortels, meegegroeid in de richting van de wind. Er is een boom bij die gespleten is. Een machtige helft drukt diep in de modder naast het pad, verspert de weg. Ik moet om de andere driekwart heen, die staat nog even rechtop als voorheen.

Ik zie een vogel met een vuurrode kop tegen de stam van een oude boom kleven, een prachtig gekruld kuifje boven op de kruin. Net als bij stripheld Kuifje, maar dan niet op het voorhoofd, maar op het achterhoofd. Het lijf daaronder is sober zwart, met een forse witte vlek op de vleugels. Helaas krijg ik deze Magelhaenspecht niet op de foto: als ik dichterbij kom, vliegen er drie spechten weg, volgens mij tenminste twee mannetjes.

Ik loop het bos uit, ga zitten op een rots, met uitzicht over het Beaglekanaal. Het donkere wateroppervlak rimpelt onder de windvlagen, in de verte is het fel lichtblauw. Daarachter strekken zich de donkere flanken van begroeide berghellingen uit, maar al spoedig is de boomgrens bereikt. Een lichtgroene laag volgt: gras en mos. Daarboven worden de bergen lichtgeel, roze en oranje, in koude tinten. Grijze kale rotsen volgen, om tenslotte plaats te maken voor witte ijsvlakten. Ver naar rechts, nog net zichtbaar, liggen wat daken van Ushuaia. Over het water kriskrossen talloze Grauwe Pijlstormvogels, enkele machtige Wenkbrauwalbatrossen keilen er als heer en meester tussendoor. Ook Kelpmeeuwen en Chileense Jagers zijn van de partij. Op het water dobberen de witgebuikte aalscholvers, met hun felblauwe ogen, gele snavelpluim en eigenwijze kuifje; ze zijn hier niet te ontlopen. Er zwemmen twee zeeleeuwen aan het wateroppervlak, om daarna weer onder te duiken. Een scholekster laat z'n “Te-piete-piet” horen, maar ik krijg hem niet te zien. Witte margrietjes en rolklaver in het gras rondom mij, dat bezaaid is met grijze rotspunten. Die zijn op hun beurt weer bedekt met fel oranje-geelbruin korstmos. Een fel zonnetje brandt in mijn nek, maar de wind blaast ijzig, hier over deze open vlakte.

Twee mountainbikers verstoren mijn rust. Ze roepen naar elkaar. De echo galmt in het rond. En verder is er alleen maar stilte. Helaas, ik moet doorlopen. Er volgen nog wat mooie uitkijkpunten, tot ik tenslotte bij een beekje kom, dat uit het sprookjesbos komt klateren. Ik steek over op het punt waar enkele stenen een geschikt paadje vormen. Het pad gaat daarna nog wel verder, maar is minder goed te volgen. De kans op verdwalen wordt mij te groot, ik keer terug naar de beek. Hier liggen talloze boomstammen overheen, die als brug kunnen fungeren. Maar je weet nooit hoelang ze hier al liggen te rotten. Ik sta liever veilig op een steen, midden in het beekje. Zo stap je in twee passen naar de overkant.

Dezelfde weg terug, geen spechten meer. Wel verschillende andere vogelsoorten. Op het Beaglekanaal drijven vijf Magelhaenpinguïns. Ik besluit om meteen ook de gravelroad af te lopen, anders moet ik nog anderhalf uur wachten. De taxi kan slechts van ene kant komen, dus zal ik gesignaleerd worden als hij mij tegemoet komt rijden. De weg loop ik in een uurtje af en het levert mij natuurlijk weer verschillende vogelsoorten op. Aan het eind van de gravelroad ga ik zitten. Ik hoop maar dat de taxi wat eerder komt. Helaas, de taxi komt helemaal niet! Ik loop nog een stukje langs de hoofdweg, totdat er een taxi is die de juiste kant opgaat. Hij moet maar stoppen bij de supermarkt, dan kan ik mijn geld mooi opmaken. Het lukt heel goed: vier zakjes snoep, een grote fles Cola, een minder grote fles Sprite en acht blikjes Bokbier. Dan is er nog geld over, dus als ik bij een apotheek kom, koop ik twee oordopjes. Dan is er nog steeds geld over, dus haal ik bij de opticien twee brilsnoertjes; ik heb per slot van rekening liever niet dat mijn bril of zonnebril per ongeluk naar de bodem van de oceaan verhuist. Van de twee pesos die mij resten, koop ik een grote plastic beker. En zo komt alles op. Ik hoop alleen niet dat die frisdrank zal bevriezen... Aan boord volgen wat praatjes in het Engels. Toch altijd lastig om te volgen wat er gezegd wordt, zekers als ze het niet uitspreken volgens de regels van de docenten die mij probeerden deze taal aan te leren. David, mijn hutgenoot, blijkt electric engineer voor de vliegtuigindustrie geweest te zijn; het bedrijf waar hij voor werkte, leverde de electronische systemen. Zijn huis ligt nu in Equador, een eindje ten noorden van Manta: een zeewaardig jacht. David en Gail maken deze tocht naar Kaapstad, blijven daar tien dagen en zeilen dan waarschijnlijk met een catamaran terug naar Brazilië. Een Australiër kan hun assistentie gebruiken en voor hen is het een leuke manier om weer naar Zuid-Amerika terug te gaan. Veel vragen krijg ik over mijn kooi en of ik daar wel in kan slapen. Als ik vertel dat het ding slechts twee centimeter tekort is, is men weer helemaal gerustgesteld. Na een welbestede dag kan ik een prima bed opzoeken, in de wetenschap dat ook de laatste gasten gearriveerd zijn. Alleen is Joop zijn bagage nog kwijt - ook niet leuk op een reis als deze. Het is te hopen dat het nog voor ons vertrek aanwezig is!