Travelwire






Dag 11: Deception Bay

Zondag 19 maart

Het schip zwiept heen en weer, zelfs in de kooi voel ik me al half ziek. Het ontbijt houd ik schraal, met twee knackebrdjes en een half kopje thee. Op het dek is het koud en af en toe komt er een plens water over het dek zeilen. Na vijf minuten heb ik het er wel gezien, hoewel er weer meer vogels zijn (voornamelijk Kaapse Duifjes). Ik ga de kooi weer in, slaap zelfs nog wat, en wordt wakker als we dicht bij de krater van Deception zijn. Het is ijzig koud aan dek, maar het landschap is te mooi om te missen. Er zijn ook heel wat vogels te zien, waaronder de witte vorm van de Zuidelijke Reuzenstormvogel en de Zuidpooljager.

De ingang van de krater.

De krater van Deception, van binnen uit gezien.

Je hebt helaas geen overzicht, het zou nu ook zo kunnen zijn dat je vanaf zee een nauwe zeestraat binnen vaart - maar het is werkelijk maar ene opening in de ring van hoge rotsen, die de krater vormt: een sail-in-volcano! En die vulkaan is nog actief ook. Het water wordt hier opgewarmd en dicht aan de oever is het goed mogelijk om te zwemmen. Dat zal vanmiddag gebeuren, waarna een groep wandelaars een tocht van drie uur gaat maken naar het walvisstation bij de ingang.

Copyrights foto: Melchior en Dineke

Ik blijf aan boord en kan dus ongestoord naar een preek luisteren. In de bibliotheek is het vast wel rustig en het schip ligt in de krater heerlijk stil. De preek van ds. Hoefnagel gaat over 1 Koningen 18:42-44a. Elia's gebed om regen. 1. De gebedshouding; 2. inhoud; 3. worsteling; 4. zegen. Op de Karmel bidt Elia een eenvoudig gebed - heel anders dan de drukte van de Balspriesters. Dat behaagt de Heere: een gebed zonder omhaal van woorden. De Heere antwoordt direct en Elia zegt tegen Achab dat het zal gaan regenen. De Heere had dat immers beloofd! Elia wil nu alleen zijn om tot God te bidden om de vervulling van de belofte. De gebedshouding van Elia drukt ootmoed uit: het vuur van de hemel heeft hem niet hoogmoedig gemaakt. Dat is kenmerkend voor Gods werk - het maakt mensen klein. Eerbied blijkt ook uit de woordkeus in zijn gebed. Familiair en vrijpostig zijn is fout. Maar vrijmoedig en aanhoudend bidden is juist weer wel een kenmerk van Gods volk. De inhoud van het gebed lijkt echter overbodig; dat is niet zo: Elia bidt om de vervulling van Gods belofte. De Bijbel is n grote belofte, maar wie is er werkzaam mee? We moeten niet afwachten, maar verwachten. De Heere belooft aan zondaren een nieuw hart. Maar bidden we daar wel om, met volharding? Is het wel nood in ons leven, of kunnen we het zonder een nieuw hart gemakkelijk jarenlang uithouden? Elia bidt om regen, opdat het volk mag zien, dat de Heere God is. Opdat het volk, dat de Heere de rug heeft toegekeerd, tot bekering mag komen. En n moet Elia wel zeven keer bidden?! Ja, want nu wil de Heere Elia leren om Hem vrij te laten en om te volharden. Elia twijfelt niet, maar vraagt zijn knecht om te zien of de Heere nu al werkt, of dat hij nog verder door moet gaan met bidden. Er is verwachting. De zegen van het gebed is, dat je je tevreden gevoelt in de gemeenschap met de Heere in het gebed. Ook al is er nog geen vervulling. De Heere is ook een Waarmaker van Zijn Woord. Als er iets van de vervulling gezien wordt, geeft dat grote blijdschap: hoe goed is God! De Heere geeft het heil niet in ene keer volkomen en zet Zijn volk niet in ene keer in de hemel; het begint meestal zo klein. Maar Hij geeft de volledige vervulling, stukje bij beetje, totdat het tenslotte de hemel mag binnengaan. De Heere beschaamt ons nooit.

's Middags om een uur of drie is de schuit alweer in beweging gekomen en na de preek zijn we dus al onderweg van Pendulum Cove naar Whalers Bay. Ik zou daar aanvankelijk aan wal gaan, maar de eerste boot vaart ver van het meest interessante deel weg, omdat er veel Pelsrobben liggen. Ze kunnen gemeen bijten en vallen aan als je in de buurt komt. Wij mogen dus niet dichtbij hen komen en kunnen dus beter aan boord blijven, vind ik. Want op alle interessante plekken liggen die beesten en op de plek waar we aan land worden gezet, valt net zoveel te zien als hier van boord te zien is. In het dekhuis zit ik gezellig te praten met Melchior, Dineke en Robert. Het eten volgt om 19.30 uur.

In de bibliotheek heb ik een pittige discussie met Huub, naar aanleiding van mijn opmerking over de onmetelijke schoonheid van dit gebied, waar ik de hand van de Schepper in zie. Hij kan dat waarderen, maar wil van een Schepper niet weten, ziet mensen gelijkwaardig aan elk ander levend wezen, om het even welk. En van de functie 'rentmeester' heeft hij een duidelijke afkeer. Zo kom je nog eens tot een gesprek met elkaar.
Vervolgens selecteer ik een preek van ds. D. Slagboom over Lukas 23:44-45, En het was omtrent de zesde ure, en er werd duisternis over de gehele aarde, tot de negende ure toe. En de zon werd verduisterd en het voorhangsel des tempels scheurde middendoor. Een preek van Goede Vrijdag, jaren geleden. Wonderlijk om de stem van onze overleden predikant, nu al weer bijna 9 jaar geleden, te horen. Christus in de duisternis: 1. Daar zij duisternis; 2. Daar is duisternis; 3. Daar was duisternis. Christus heeft de tijdelijke en eeuwige dood beiden weggedragen. Nu schijnt er vanuit de duisternis van Zijn lijden volop licht voor zondige mensen.God de Vader spreekt de duisternis uit over het lijden van Zijn Zoon. Het is Zijn ingrijpen. Zo is het overigens ook bij de geestelijke dag en nacht in de ziel. Het is het vreselijke sluitstuk van al het lijden dat Hem tot nu toe is aangedaan: dit lijden wordt Hem door de Vader aangedaan! Het licht van de zon was opgegaan over bozen en over goeden, onverdiend, elke morgen. Maar nu wordt ook dit licht weggenomen. Deze duisternis moet noodzakelijk komen over zondaren, die de buitenste duisternis verdiend hebben - maar voor wie Christus als Borg betalen wil! God de Vader heeft een stervende Zoon - en Hij moet dit Kind overgeven aan de duisternis in z'n volle betekenis. Wat een liefde van de Vader voor zondaren! Maar weet wel, dat voor onbekeerde zondaren straks een eind zal komen aan al het licht, waarin zij nu nog delen mogen. Straks zal het voor hen werkelijkheid worden, en dan voor eeuwig, dat zij ook in die buitenste duisternis moeten verkeren. Bekeert u! Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?- dt is dus de duisternis, waarin Christus lijden moet; wat de hel tot hel maakt. Waar God afwezig is, is de duivel aanwezig. Maar: wat een troost voor hen, die in geestelijke duisternis verkeren. Door Zijn lijden hoeven zij niet verlaten te zijn en in duisternis te blijven. Daar ws duisternis. Alles is betaald, door het lijden van Christus. Nu hoeft niemand te denken, dat hij niet bekeerd kan worden. Nu kan het voor iedereen. En drom: Goede Vrijdag! Het is de enige grond waarop een zondaar zalig kan worden. Wandelt dan als een kind des lichts - zo, dat wij ook licht verspreiden en de mensen rondom ons het aan ons kunnen zien, als wij verlost zijn.