Travelwire






Dag 18: Naar South Georgia III

Zondag 26 maart

Om 8.45 uur zit ik aan het ontbijt. De schuit stuitert allerakeligst. Het is buiten wel rustiger, maar de deining is heftig en je maakt weer die vieze klotsbeweging. Toch wil ik proberen een preek te beluisteren. Vanmorgen is het een bijna 27 jaar oude preek van ds. J. Catsburg over Genesis 32:22-31 - Jakob te PniŽl. Jakob heeft gezocht naar verzoening met Ezau. De vrede en zegen wordt echter niet geschonken door onze handelingen, maar in een weg van gebed en door Gods handelingen. Jakob neemt afscheid van alles en iedereen en blijft alleen over. Als Gods volk voor God verschijnt en ze zijn op hun plek, dan hebben ze niets meer over. De Heere komt, om alles in het gericht te brengen. De Heere grijpt mensen aan, niet andersom; er zijn er velen, die zeggen dat ze God hebben aangegrepen - maar als je ze vraagt of God hŤn heeft aangegrepen, dan begrijpen ze je niet eens. De Heere brengt in het gericht om te verlossen, te redden. Jakob geeft de worsteling echter niet op, omdat, zo is al eens gezegd, 'de Heere Jakob met de linkerhand aanvalt, maar hem met de rechterhand ondersteunt'. Jakob grijpt de Heere aan op Zijn Woord, op Zijn beloften te Bethel. Zo moeten ook wij ons vastklampen aan het Woord des Heeren, het niet verwachtend van bekering, tranen, ondervindingen. Jakobs heup werd verwrongen en hij kon niet meer staan. Toch: ďIk laat U niet gaan, tenzij Gij mij zegent!Ē De Heere zegt echter: ďJakob, laat Mij gaan!Ē Dat leert Gods volk ook erkennen, dat het naar recht is als de Heere nooit meer iets met hen te maken wil hebben. En toch vraagt Jakob om zegen. Jakob gelůůft; en dat, terwijl zijn bevinding hem leert dat de Heere hem tegen is. En God schudt Jakob niet af - omdat Hij van Zijn Woord niet afkan. In het noemen van zijn naam erkent Jakob dat hij een bedrieger is. Jakob komt niet met zijn bevindingen (Bethel!) aan - dat kan in het stuk van de afrekening nooit bestaan; daar worden we alleen maar zondaar voor God. En Jakob krijgt een nieuwe naam: IsraŽl. ďStrijder GodsĒ. En Hij zegende hem aldaar. Daar, bij PniŽl, is Jakobs ziel gered!
Na de preek staat de maaltijd weer klaar. Ik moet wel even doorzetten, maar het is mij inmiddels wel duidelijk dat een lege maag zeeziekte bevordert. En na de eerste voorzichtige hapjes gaat het eten mij vanzelf beter smaken. Als de klus geklaard is, sta ik nog een poosje op het dek. In de verte drijft een kolossale ijsberg. Zijn het de golven, die zo'n kracht hebben dat ze vele meters hoog opspatten, of vallen er stukken ijs in het water? Dat laatste is toch niet het geval. Wat een kracht hebben die golven dan toch!

De middagpreek van ds. H.C. van der Ent gaat over 1 SamuŽl 7:12, over Eben HaŽzer: Tot hiertoe heeft de Heere ons geholpen. 1. De nood van het volk; 2. De hulp van God; 3. De trouw des Heeren. ďSteen van hulpĒis de betekenis van de woorden Eben HaŽzer. Het volk IsraŽl verkeerde in nood, door eigen schuld. Ze hadden de ark des verbonds 20 jaar in Kirjath Jearim laten staan, terwijl ze intussen de afgoden dienden. De Filistijnen zijn gekomen, als straf. Na twintig jaar klaagt het volk. Niet vanwege de zonde, maar vanwege de gevolgen daarvan. Brengt de tegenslag in ons leven ons nog wel in de schuld? Of klagen we slechts over de tegenslag? SamuŽl zegt dan ook tegen dit klagende volk: bekeert u met uw ganse hart. Het volk volgt dit bevel op ook! SamuŽl vergadert nu het volk om schuld te belijden tegenover de Heere. Dan komen de Filistijnen echter in het geweer. Dat gebeurt doorgaans, als iemand tot bekering komt: daar komt de duivel op af. Dit drijft echter juist uit tot God! SamuŽl offert eerst. Dŗn bidt hij. En de Heere verslaat Zelf de Filistijnen. Gedood, naar recht. Zo gaan er nog steeds velen verloren, omdat zij tegen God en Zijn volk strijden. Dat IsraŽl gespaard werd, was echter genade - het was niet beter dan die anderen. De Heere is de Verbondsgod - dat verbond is tweezijdig: ďHet zal Tyrus en Sidon verdraaglijker zijn in het oordeel dan ulieden.Ē Wee over diegenen, die de weg wel geweten, maar niet gelopen hebben! Wij verzondigen het iedere keer weer voor God. Maar wij mogen iedere keer weer tot de Heere terugkeren. ďWat Ik gesproken heb, dat hŤb Ik gesproken.Ē Jahweh. Deze onveranderlijke God zal doen wat Hij gezegd heeft.
Ik blijk vrij te zijn van de middagwacht, er zijn meer mensen dan beurten achter het stuurwiel. De eerste-nachtwacht duurt van 20.00 tot 24.00 uur en is ook gewoonlijk al niet de slechtste. Je mag lekker de nacht over in de kooi liggen. Zeker vandaag is het een fijne wacht: de zee is kalm en het is niet zo koud. Aan het einde van mijn 'steering duty' horen we duidelijk de adem van een walvis. Het grote licht gaat aan, maar we zien helaas niets meer. Na de wacht drink ik nog een Jšgermeistertje, waarna de kooi lokt. Want als het op dek al zo rustig is, zal je daar beneden wel helemaal stil liggen...