Travelwire






Dag 22a: Grytviken, aankomst

Donderdag 30 maart

In tegenstelling tot gisteren heb ik vandaag wel normaal ontbeten. Als ik buiten kom, is het landschap weer wonderlijk mooi: wolkenflarden woelen om sneeuwtoppen, kale rotsen glimmen in het morgenlicht, daaronder bevindt zich weer een laaghangende mist, om tenslotte te eindigen in het water van het fjord. Er vliegen veel aalscholvers rond. Verder is het erg rustig. Twee scheepswrakken liggen tegen de rotskust. We varen een hoekje om en zien Grytviken liggen: resten van schepen, de zwaar vervallen walvisovens, een goed onderhouden kerkje en wat graven.

Ik kijk m'n ogen uit, zonder op de gebouwen uiterst rechts te letten. Ineens blijken daar moderne gebouwen te staan. Nou ja, modern... het zijn wat keetachtige bouwsels. Hier moeten wij aanleggen. Dat is nogal een gedoe, met de kabels die vastgelegd moeten worden. Maar het lukt. Nog tijdens het binnenvaren ontdek ik enkele Koningspingu´ns! Het blijken er vier te zijn en dit zijn de grootste pingu´ns die wij te zien krijgen. De keizerpingu´n zullen we niet meer in het vizier krijgen, en dat is de enige pingu´n die groter is. Ze verdwijnen in het hoge gras. Er vliegen ook nog wat Zuidpoolsterns rond, volgens het boekje is dit een Zuidgeorgische ondersoort. Veel verschil is er echter niet te zien.

We krijgen bezoek. Een dame, Emma, vertelt ons namens haar regering wat we wel en niet mogen doen hier. In de kapiteinshut horen Rob en Tjalling het allemaal aan en zij maken afspraken over het te volgen programma. Tjalling komt het daarna aan ons doorgeven, inclusief wat informatie over deze outpost. Ook krijgen we een prachtige map met informatiemateriaal. Maar dat mag ook wel voor die prijs: er moet ú 50,- betaald worden voor de inkt van een stempeltje in het paspoort. Heb je dat niet, dan mag je hier niet rondtoeren; dan zou zelfs wat we gisteren gedaan hebben al illegaal geweest zijn. En ze hebben hier ook een gevangenis, dus laten we daar maar mee uitkijken.

Een permanente groep bewoners vindt hier onderdak: wetenschappers, ambtenaren namens de Engelse regering en ondersteunend personeel. En iedereen is hier vaak alles tegelijk. De beheerders van het museum en het postkantoor zijn tijdelijk niet aanwezig, terwijl juist zij de veteranen zijn, met ruimschoots tien jaar aanwezigheid hier. Ik ga van boord en loop eerst in de richting van een heuvel met graf, helemaal achter de nieuwe gebouwen, in de veronderstelling dat dit het graf van Shackleton zal zijn. Ik zag vanaf de baai, bij het binnenvaren, dat het nogal prominent was. Een wit koord er omheen, op een belangrijke plaats. Vincent loopt met me mee, vertelt dat hŔt graf helemaal aan de andere kant is - als het pad dan ook nog eens nogal versperd is met Pelsrobben, besluiten we toch maar terug te gaan. Langs de baai loop ik in de richting van het walvisstation. De Zuidpoolsterns hebben bijna volwassen jongen, ze zien er uit alsof ze klaar zijn voor de winter. De pingu´ns laten zich helaas niet meer zien.