Travelwire






Dag 25a: Prince Olaf Harbour

Zondag 2 april

Zojuist heb ik op het voordek gestaan. Er komen van tijd tot tijd zulke sterke valwinden van de bergen af zetten, dat je niet tegen de wind in adem kunt halen. Wat een kracht heeft de wind bij vlagen!

De sloep en Zodiaks varen intussen wat rond om de mensen het sterke vervallen walvisstation van Prince Olaf Harbour te laten zien. Iets, dat ook vanaf de “Europa” wel te doen is. Het haalt het niet bij Grytviken, het licht is aanzienlijk slechter dan eergisteren en ik heb ook geen zin om door de modder naar boven te slibberen, om de oude begraafplaats met een bezoek te vereren. Tussen de gebouwen doorlopen is er niet bij, vanwege de slechte conditie waarin de bebouwing verkeert en vanwege het gevaar van ronddwarrelend asbest. Nou ja, laat dan maar. Het is per slot van rekening zondag en de rust op het schip vind ik wel fijn, dan kan ik ongestoord de preek beluisteren. Dat kan trouwens toch wel, maar een schommelend schip vormt ook een verstorende factor. Nu ligt-ie nog stil.
Ds. A. v.d. Weert preekt over Job 39:37, “Zie ik ben te gering; wat zou ik U antwoorden? Ik leg mijn hand op mijn mond.” en Job 42:5-6, “Met het gehoor des oors heb ik U gehoord; maar nu ziet U mijn oog. Daarom verfoei ik mij, en ik heb berouw in stof en as.” Het loopt goed af met Job. Maar wanneer loopt het pas goed af met een mens? Als de Heere aan Zijn eer komt! Het loopt goed af met Job: de Heere wordt door hem verheerlijkt. Daarbij gaat het om zijn – 1. hand; 2. oor; 3. oog; 4. hart.
Job legt zijn hand op de mond. Vreemd: moeten we niet juist méér spreken, in plaats van te zwijgen? Job verheerlijkt echter de Heere door te zwijgen; dit in verband met de verschrikkelijke dingen in zijn leven – alles en iedereen kwijt. Job gaat klagen over de Heere (terwijl hij intussen toch op God blijft hopen). Hij begrijpt het niet. En twisten met God is zonde. Zijn vriend Elihu waarschuwt hem daarvoor, maar Job gaat door. En dan komt de Heere en Hij stelt Job allerlei vragen – Job heeft daarop geen antwoord. Ook nu leven er veel mensen met de vraag: “Waarom, Heere?” We roepen God ter verantwoording. Soms licht de Heere een tipje van de sluier op. Maar God is soeverein – Hij doet wat Hij wil en wat Hij wil is goed. Job is uitgepraat: “Ik ben te gering.” Erkennen wij ook dat God Gòd is? En dat wij schuldige mensen zijn? Kennen wij ook het zwijgen van de overgave (niet van de noodwendige berusting!)? Dan zullen we ook zien dat de Heere lankmoedig over ons is. Job leert dat hij niets weet. Job hoort naar de Heere, als Hij tot hem spreekt. Geloofskennis begint bij het horen. Maar de Heere moet wel ons hart openen, zodat we naar Gods Woord zullen luisteren. Geen verstandelijke kennis slechts, maar bevindelijke kennis is nodig. De Heere gebruikt de prediking om tot ons te spreken. Als Job zegt: “… maar nu ziet U mijn oog.”, dan duidt dat aan dat er verdieping komt. Denk aan de koningin van Scheba. Ze heeft gehoord van de rijkdom van Salomo en gaat naar hem toe – als ze dan alles ziet, roept ze uit: “De helft is mij niet aangezegd!” Als Job dit zegt, wijst het dus op een grote verandering, die hij op deze wijze onder woorden brengt. Het is zelfs zo, dat er in zijn hart een verandering teweeg is gebracht. Hij gaat zien dat hij een schuldig en zondig mens is. Dat toont de Heere ons, als wij tot bekering komen – maar wat zijn wij ook na ontvangen genade na verloop van tijd weer hoogmoedige mensen! De Heere moet er weer aan werken, om ons zondaar te maken. En Hij weet ook hoe Hij dat moet doen. Hij brengt ons tot dezelfde belijdenis als Job en wij verfoeien ons; in stof en as hebben wij berouw. En dat is een weldaad. Evenwel gaat de Heere (ondanks Job) Job uithelpen. Het loopt goed af… Zouden wij niet jaloers worden op Job? Kunnen wij op die plaats niet komen? Job kon het ook niet! Maar de Heere bracht hem daar en diezelfde God leeft nog. Waarom kan de Heere nog met een Job van doen hebben? Alleen om Christus wil. Zijn bloed reinigt van alle zonden – en zo is het nu nòg.
Intussen is iedereen weer aan boord gekomen, er komt beweging in het schip. Het heeft wel even geduurd voor we zover waren, want er was veel zeewier om de ankerketting terecht gekomen. Daardoor was het niet meer te lichten. Het moest van de ketting afgesneden worden en dat was geen gemakkelijk werkje!

Ik speel enkele partijtjes schaak met mijn bovenbuurman Jeff. Een goede manier om de tijd te doden, maar als het schip gaat schommelen zal het niet kunnen, want de schaakstukken zouden zo op de grond liggen. En ik denk dat ik er dan ook niet toe in staat zou zijn.