Travelwire






Dag 25b: Prion Island

Zondag 2 april (vervolg)

's Middags komen we aan bij Prion Island. Hier zullen we over een glibberpad omhoog gaan om de Reuzenalbatros te zien. Ze broeden hier. Het strand ligt echter nogal vol met Pelsrobben. Op het achterdek moeten wij wachten tot de bemanning, die als verkenners met de Zodiak op pad zijn, het sein geven dat wij ook mogen komen. Intussen zien we al albatrossen, waaronder tenminste ook twee Roetkoppen, en allerlei ander gevogelte. Waar mijn interesse het meest naar uitgaat, laat zich raden: de Zuid-Georgische Pieper natuurlijk. Deze vogel is alleen te vinden op Zuid Georgië en is door de ratten van het vasteland verjaagd. Het beestje, de enige broedende zangvogel binnen het antarctisch gebied, is daarom alleen op enkele eilanden, voornamelijk in het zuiden, te vinden. Het zuiden hebben wij verlaten, maar dit is wel een eiland… En ineens hoor ik, terwijl ik nog op het achterdek sta, een piepertje roepen. En jawel, dan zie ik er ook eentje vliegen, geen twijfel mogelijk: Zuid-Georgische Pieper!
Bij het aan land gaan zit er eentje op het strand. Snel, foto! De camera staat blijkbaar in een verkeerde stand en focust niet - je zal het altijd zien. Nu heb ik nog geen goede foto. Er zijn hier ook veel Ezelspinguďns, Zuidelijke Reuzenstormvogels, Pelsrobben en één Zeeolifant. Dus ik kan best wel wat foto's nemen, terwijl we een poosje moeten wachten voor we meegenomen worden naar boven.

Als ik met de eerste groep onder leiding van Tjalling naar de heuveltop mag, roept hij mij naar voren op het moment dat hij een Zuid-Georgische Pieper ziet. Ik krijg het beestje nu wel op de foto, en hoe! Geweldig - Tjalling, bedankt!

Boven zitten inderdaad wat Reuzenalbatrossen op het nest (met jongen). Twee paartjes vertonen baltsgedrag. Vleugels wijd, kop aan kop, kop omhoog, roepen. Er zijn ook grote donsjongen, ze zijn vast al wel een paar maanden oud. En Lönnbergs Grote Jagers zijn samen met de minstens zo vraatzuchtige Zuidelijke Reuzenstormvogels altijd wel in de buurt.

Terug op het strandje heb ik nogmaals de kans een hele serie foto's van de Zuid-Georgische Pieper te maken, alhoewel het licht nu erg krap wordt. Tjonge, wat een prachtige tocht! Iedereen is weer zeer voldaan vandaag. Zeker als we zien dat intussen de bedden zelfs zijn opgemaakt met schone lakens en kussenslopen. En we eten, jawel: spercieboontjes met biefstuk. Laat dat nu thuis ook elke zondag het geval zijn…
De tweede preek is van ds. Belder en start kort na achten. De tekst is Zefanja 2:14b, “Een stem zal in het venster zingen.” De waarschuwende en lokkende stem zingt in het venster van 1. het verleden; 2. het heden; 3. de toekomst. Zefanja heeft het oordeel gepredikt over Juda en Jeruzalem - met een bewogen hart, want hij had God lief en hij had zijn volk lief. Zefanja had een venster, dat geopend was naar Jeruzalem, waar hij de Heere zocht, om alles in Zijn hand te geven. Net als Daniël. Hebben wij ook zo'n venster? In de tijd van Zefanja is de kerk wereld geworden. Israël heeft God verlaten. Een duistere tijd. Juda gaat voort in de verkeerde weg van de ouders, die de Heere de rug hebben toegekeerd. Is het niet precies zoals bij ons? Een benauwde tijd is aangebroken - rijk in veel opzichten, maar arm in geestelijk opzicht. Ook zijn het schaamteloze tijden. “O land, land, land, hoort des Heeren Woord!” Ook in de kerken zijn zoveel dingen veranderd. Maar niet ten goede. En God verandert niet - het kan niet anders dan oordeel brengen. Israël krijgt te maken met vijandelijke legers, die hen wegvoeren in ballingschap. Maar er is door genade toch, óók dan, een overblijfsel, dat tot de Heere schreit. God kan dan toch van Zijn volk niet af. Juda keert terug en uiteindelijk ontvangen de vijanden hun vreselijke straf. Een stem zingt dan in het venster in Ninevé. Bekeert u, want het oordeel zŕl komen. In de tijd van Jona was er nog bekering geweest en was het oordeel nog afgewend. Maar later is Ninevé alsnog verwoest. Dit gold nu ook voor Juda in de tijd van Zefanja. Het geldt nog steeds. Zoek toch de Heere en laat al wat bij Zijn dienst niet past, worden weggedaan en nagelaten. Gods volk rijpt hier op aarde voor de hemel; wie tot dat volk niet behoort, rijpt voor het eeuwige verderf! God spreekt nog, maar letten wij er nog wel op? Als er allerlei oordelen over ons land gaan, weten wij dan nog wel dat het oordelen zijn, die de Heere zendt opdat wij ons tot Hem bekeren? Wat zou het groot zijn, als we met berouw tot God zullen terugkeren. Als we schuldverzoening mogen vinden in het bloed van Christus. Hij is gekomen om zalig te maken, hetgeen verloren was. Amen zeggen op Zijn volbrachte werk, betekent ook amen zeggen op mijn verloren staat, over mijn schuld. Zoek dan toch geen verlossing of voldoening buiten Christus - laat de wereld het hart toch niet vervullen. Doorzoekt u nauw (Zefanja 2:1). Is er geen verlangen om God groot te maken? Gods volk begeert het en verlangt bij tijden naar de hemel, waar zij dit pas echt volkomen doen kunnen en zij alle strijd te boven zijn.
Als ik halverwege de preek ben, komt Maire informeren wat ik aan het doen ben. Ze is rooms-katholiek en vraagt of ik wat wil voorlezen uit de Bijbel. Langzaam - ze kan als Zuidafrikaanse dan wel volgen wat ik lees. Ik lees haar Zefanja 2:1-3 voor.
Aan het eind van de avond blijkt dat ik Jeens verjaardagsfeestje gemist heb. Als ik de deur van het dekhuis uitga, zie ik hem gelukkig nog even en kan ik vertellen dat ik helaas niet aanwezig kon zijn.