Travelwire






Dag 39: Tristan da Cunha III

Zondag 16 april

Het gaat door! Het schip slingert weer stevig als ik de bibliotheek opzoek en mijn verslag schrijf. De preek van ds. Veenendaal gaat over Lukas 23:34, “De Heere is waarlijk opgestaan en is van Simon gezien.” 1. De geweldige strijd van Simon; 2. de onveranderlijke trouw des Heeren; 3. de eeuwige hoop voor zondaren. Wat was het werk van de Heere in Petrus aanvankelijk duidelijk gebleken! Maar nu moet hij meer leren over eigen verdorvenheid en over de grootheid van Gods genade. Petrus leert hoe zwak hij is. En door zijn diepe val komt hij in een geweldige geestelijke strijd: hoe kan dit met genade gepaard gaan? Maar Christus heeft hem lief met een eeuwige liefde. Hij zoekt Petrus op: “Ik voor u, daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven.” Dàt is de hoop voor zondaren: kom, zo zondig als je bent – maar kom toch! Er is vergeving in Christus voor afgeschreven zondaren!
De beschrijving van de preek is wat kort, omdat ik de bibliotheek vanwege opkomende zeeziekte moest verlaten en hem verder heb beluisterd in mijn kooi.

We zijn inmiddels bij Nightingale aangekomen. De Tristanieten zijn vreselijk zeeziek, aan de geluiden te horen. De Zodiak en hun eigen bootje gaan te water, er wordt enkele malen heen er weer gevaren, de Zodiak gaat weer aan dek en we varen weg. Er is geen landing mogelijk voor ons… ’t Is een hard gelag: geen Tristan Thrush, Tristan Finch of Tristan Bunting – zelfs geen Rockhopper gezien. Zo dichtbij, en nu richting Kaapstad. Een dag of twaalf varen, denk ik. Anderzijds ben ik dolblij dat ik gisteren Tristan heb bezocht, er heb kunnen rondlopen en heb kunnen zien hoe de mensen in het meest afgelegen dorp ter wereld leven kunnen…

Jenny heeft haar plannen voor een paasviering doorgezet. Om 17.30 uur is een bijeenkomst in de bibliotheek georganiseerd. Jenny, Gerard, Rob senior, Maire, Gail, David en Brian zijn aanwezig. Jenny vraagt mij met gebed te openen en dan als eerste wat te vertellen. Wat moeilijk! Ik probeer uit te leggen dat door de zonde de dood is gekomen en dat Christus de dood heeft overwonnen voor ieder die in Hem gelooft. Ik heb het eenvoudig gehouden, had het wellicht meer inhoud moeten geven. Daarna leest Rob een stukje uit het Mattheüsevangelie. Gail zingt, Maire zegt een lied op, Jenny zingt. Brian heeft een in vilt of fluweel ingepakt icoon bij zich – om nooit te vergeten aan Christus’ lijden, sterven en opstanding te denken. Ik hoor in zijn woorden een beetje een echo van wat ik gezegd heb. Gail sluit af door het Onze Vader te zingen.
’s Avonds ligt er een Brilstormvogel op het dek, waarschijnlijk met een gebroken poot. Tegen het zeil gevlogen? We hebben hem maar weer overboord gezet, dan kan hij in de voedselketen worden opgenomen. Jammer, ’t is wel een zwaar bedreigde soort.

De avondpreek is van ds. Bouw, over Hebreeën 7:25b, “Alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.” Een voorrecht dat wij al onze noden, natuurlijke en geestelijke, in het gebed aan de troon van Gods genade mogen brengen. Persoonlijk, maar ook met elkaar. Al Gods kinderen kennen een biddend leven. En juist op het gebed wil de Heere helpen! Maar… als het nu toch eens afhing van het gebed van Gods kinderen? Wel – er kwam niets van terecht. Dan was het nòg verloren. Het gebed is nog zo onvolkomen en met zonden bevlekt; de voorbede, reiniging en heiliging van Christus is nog zo hard nodig. Hij is de altijd-biddende Hogepriester. In de hemel is het altijd Biddag: Christus bidt voor al Zijn volk. En in Zijn bidden ligt de zaligheid voor altijd vast. Christus, de altijd-biddende Hogepriester in de hemel: 1. Dat Christus bidt; 2. hoe Christus bidt; 3. voor wie Christus bidt.
In tegenstelling tot de oudtestamentische priesters, heeft Christus een onvergankelijk en eeuwig priesterschap. Offeren, bidden en zegenen vormden de taak van de hogepriester. Zo ook van Christus: zo lang Hij leeft, zal Hij voor Zijn volk bidden. En Hij leeft eeuwig! Wij zijn nóóit onze Voorspraak kwijt! Het is ook geestelijk niet altijd mooi weer – maar ook dan, als wij in duisternis leven en God zo ver weg lijkt en wij misschien zelfs niet meer bidden kunnen / willen, ook dan is daar Zijn gebed voor ons. Hoe? Volmaakt; op grond van Zijn eigen werk; tot hun eeuwig behoud. Hij komt met Zijn eigen bloed, pleitend en eisend, tot de Vader. Ja, Hij mag eisen zelfs! Het ligt vast, eeuwig en onveranderlijk, buiten onszelf, voor al de Zijnen. Wie zijn dat nu precies? Waar zijn zij aan te herkennen? Voor wie bidt Hij?! Voor degenen die zelf ook een biddend leven hebben leren kennen. Die op grond van Christus’ werk smeken om Gods genade. Er zijn zoveel verschillen tussen Gods kinderen. Maar van hen allen geldt, dat zij bidden! Zij zijn in de voorbede van Christus inbegrepen. “Een kind van zoveel gebeden kan niet verloren gaan”!