Travelwire





Categorie Landschap - eerste prijs
Walvisvaardershut, Whalers Bay, Deception

Dag 45 en 46: Naar Kaapstad III

Zaterdag 22 april

Vannacht is de wind duidelijk wat afgenomen. We kunnen weer gewoon aan dek. Ik draai een wasje, om volgende week ook nog wat aan te kunnen trekken. Een moeizame bezigheid, omdat ik constant diep voorovergebogen moet staan. Het plafond zit een beetje laag voor mij. Ik neem af en toe een pauze door even op het voordek de rug te strekken. Wel oppassen dat ik niet een kwak water om m'n oren krijg, want dat komt af en toe nog flink over de reling spatten. Verder valt er eigenlijk niet veel te doen.
’s Avonds beleven we als wacht nog een akelig avontuur, waar we achteraf gelukkig nog om kunnen lachen. Rob heeft dienst en wij zitten in het dekhuis, als we ineens de zeilen vreselijk horen klapperen. Iedereen stormt naar buiten, bemanning rent van het voorschip naar achteren – Erik staat er al bij. We varen op dit moment terug naar Tristan! Rob kon het schip op zeker moment – ongetwijfeld veel te laat - niet meer houden. Als de zeilen eenmaal bak gaan staan, gaat het inderdaad hard, zo wordt ons verzekerd. Gelukkig zijn er geen zeilen of ra’s gebroken. Er wordt zeil geminderd, de motor moet even aan en zo krijgen we het schip vrij snel weer op koers. Even later gaat het met 9 knopen richting Kaapstad, zonder motor natuurlijk.
Toch geeft dit wel te denken. Als zoiets verkeerd uitpakt, krijg je er ongelukken van. In elk geval willen we niet dat Rob nog alleen achter het roer komt te staan. Ook Raymond heeft hulp nodig. Raymond ziet het nut er volledig van in, weet dat het gewoon door de ouderdom komt en legt zich daar bij neer. Hij draait inmiddels al een weekje zo. Voor Rob is het moeilijker om dit te accepteren. Helaas, het is de beste oplossing, en dat beseft hij ook wel.

Categorie Dieren - eerste prijs
Zee-olifant, Grytviken

Zondag 23 april

Om 9.15 uur start de preek: ds. Hakvoort over Hooglied 1:7,8. “Zeg mij aan, Gij, Dien mijn ziel liefheeft, waar Gij weidt, waar Gij de kudde legert in de middag; want waarom zou ik zijn als één, die zich bedekt bij de kudden Uwer metgezellen?” “Indien Gij het niet weet, o gij schoonste onder de vrouwen! zo ga uit op de voetstappen der schapen en weid uw geiten bij de woningen der herderen.”
Niet alleen natuurlijke liefde, maar bovenal geestelijke liefde wordt in Hooglied bezongen. 1. De heilbegerige vraag van de bruid; 2. Een onderwijzend antwoord van de Bruidegom. De naam van de Bruidegom wordt niet genoemd – er is een tijd in het leven, dat Gods volk alleen nog maar zien kan op hun onwaardigheid vanwege de zonden en nog niet weten hoe zij de Heere zullen aanroepen. Maar zij weten, net als deze bruid, dat zij Hem liefhebben! Hoe wonderlijk, dat God hen toch liefheeft – zelfs zo, dat Hij ons eerst heeft liefgehad en dat wij Hem liefhebben uit wederliefde. Het eerste wat Gods volk echter gaat kennen, is hun zonde en onbekeerlijkheid, hun onwaardigheid. Maar tegelijkertijd komt er toch een liefdesbetrekking tot God en er is begeerte om verlost te worden: “Zeg mij aan, waar Gij weidt.” Ze willen Hèm ontmoeten! Het tijdstip, dat genoemd wordt, is de middag; dan is het bloedheet. Als de hitte geestelijk gezien op het allerheftigst is – als de duivel werkt om Gods volk bij de Heere vandaan te trekken. Geestelijke uitdrogingsverschijnselen als gevolg van de zonde; en daar houden zij het niet bij uit, zodat zij terugkeren tot hun Herder. Zij willen niet bij de “metgezellen” (concurrenten, vijanden) moeten verkeren – het zijn maar huurlingen. Er zijn vele predikanten die de preek maar beginnen met Christus en die het plaatsmakende werk verzwijgen. Geen leiders, maar verleiders! “Zich bedekken” betekent: de sluier omdoen. Dat gebeurt in het Oosten 1) als er vreemden in de buurt zijn; 2) als ze in rouw is; 3) als ze een hoer was. In vers 7 komt dit bedekken ook voor – het zou bij de “metgezellen” nodig zijn, maar de bruid wil dat niet. De Bruidegom geeft antwoord: “Gij schoonste onder de vrouwen”! Wàt een aanspraak! Zo kon de bruid zichzelf helemaal niet beschouwen. Zwart, door eigen zonden. De wijngaard niet gehoed… En dan toch zo’n aanspraak! Dat is niet aan de bruid te danken, maar aan de Bruidegom Zelf. “Indien gij het niet weet” – schandelijk, dat zij het niet weet. Een aanklacht. De bruid is afgedwaald en kan zichzelf niet terugbrengen tot de Herder. Het gebrek aan kennis is ook heden ten dage schrikbarend. Zelfs verstandelijke kennis ontbreekt zo menigmaal. Deze woorden zijn echter een dringende aansporing: ga uit op de voetstappen der schapen. Blijf niet waar je bent, maar kom geestelijk in beweging. Volg Hem, de Herder. Let op het voetspoor van Gods volk, de eeuwen door. In Gods Woord, waarin we de wegen van Gods volk lezen: David, Asaf, Heman, Petrus. Maar ook in de geschriften die op Gods Woord gegrond zijn. In de Belijdenisgeschriften, de geschriften van Reformatoren, oudvaders en hedendaagse getuigenissen. In de zuivere prediking.
“En weidt uw geiten.” Een woord voor de kleinen in de genade (geen schapen, maar geiten). [Een wonderlijke exegetische sprong, die ik niet volgen kan.] Er is verschil tussen de “metgezellen” uit vers 7 en de “herders” uit vers 8. Bij de herders is wèl geestelijk voedsel te verkrijgen. Zo mag Gods volk onderwezen worden, zodat zij Hem zullen vinden.
Na het uitstekende middagmaal beluister ik een preek van ds. K. Hoefnagel over Markus 9:23 en 24. “En Jezus zeide tot hem: Zo gij kunt geloven, alle dingen zijn mogelijk, degene die gelooft. En terstond de vader des kinds, roepende met tranen, zeide: Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp.” Een grote teleurstelling voor deze vader, als de discipelen hem niet kunnen helpen. En als de farizeeërs dan ook nog een beginnen te twisten. Maar Jezus was al onderweg – na de verheerlijking op de berg komt Hij weer onder de zondige mensen. Zijn komst is noodzakelijk om alle problemen op te lossen. En Hij komt op Zijn tijd – Hij is gewillig om te helpen. Hebben wij Hem al nodig gekregen voor onze geestelijke nood?
Geloofsworsteling: 1) noodzakelijkheid van het geloof; 2) onmogelijkheid van het geloof; 3) gave van het geloof. De vader komt direct met zijn nood tevoorschijn, legt zijn hart voor Jezus open. Deze vader verstaat zijn taak als ouder – wij ook? Vinden wij het ook zo erg, dat onze kinderen met een verkeerde geest bezet zijn? Wij vermeerderen onze schuld als wij níét tot Hem gaan, zeker als dat gebeurt uit ongeloof (“Het kan tòch niet…). Vlak voor het dag wordt, is de nacht het donkerst – zo ook hier. De vorst der duisternis, satan, wil de jongen niet loslaten, tast hem nog erger aan. De duivel is nog niets veranderd en spant ook nu nog alles in, als hij merkt dat hij de strijd om een mensenziel gaat verliezen. Als we letten op onze onmogelijkheden en op de macht van de duivel, dan zeggen we: “Het kan nooit.” Maar ga toch tot God, Hij kan verlossen, dwars door alles heen. Jezus toont belangstelling voor de nood van deze vader en lokt hem uit om zijn vraag toch maar te stellen – en dat gebeurt. In priesterlijke bewogenheid strekt Hij Zijn liefde tot ons uit, ons uitnodigend om met alle zonde en ellende tot Hem te komen. Er wordt een vraag om genade geboren. Onverdiend, onwaardig, maar toch: “Ontfermt U Zich over mij.” Ware bidders hebben geen rechten, als zij tot God gaan. “Zo Gij iets kunt” – maar de Heere plaatst deze vader voor de noodzaak van het geloof: “Alle dingen zijn mogelijk, degene die gelooft.” God eist geloof, omdat Hij het zo waardig is geloofd te worden. Onmogelijk, om vanuit ons zelf te geloven. Maar God eist het. De vader spreekt een vreemd antwoord uit: “Ik geloof; maar kom mijn ongelovigheid te hulp.” Hij heeft nog zoveel last van zijn kwaal, de ongelovigheid (niet ongeloof). En juist daarom heeft hij de Heere zo nodig. Het geloof is immers een gave. De Heere vraagt geloof – Heere, geef het mij. We komen met lege zakken bij God en bidden Hem of Hij geven wil wat Hij eist. En de Heere Jezus schenkt geloof, Hij gaat de jongen genezen. Maar dat geloof wordt direct beproefd, want het lijkt wel of deze jongen dood neervalt. Jezus richt hem echter op en geeft hem aan de vader. De vader gaat met zijn zoon naar huis, Christus gaat naar het kruis. En daarom alleen was het mogelijk, dat deze jongen verlost werd. Niet om het geloof, maar om Christus’ offer. Zo is het geloof slechts instrument, geen verdienste.
Dit is het laatste preekverslag van deze reis. Meer preken zijn te vinden op Prekenweb

Categorie Mensen - tweede prijs
Ruth met de sextant

Ik had tijdens de preek een fikse storing, die toch niet was te negeren: drie bellen. Dat wil zeggen: iedereen moet zich op het dek verzamelen, omdat er iets belangrijks te melden is. Kapitein Rob zet zijn voorlopige plannen uiteen voor Kaapstad. Daar zullen we wellicht op dinsdag aankomen en op woensdag zouden we dan nog de Kaap kunnen ronden. Robbeneiland wordt te lastig. Heel misschien kunnen we ergens anders voor anker, maar dan moet dat wel mogen van de autoriteiten. We horen het nog wel.
Helaas wordt er vandaag ook druk vergaderd door de foto-jury: vanavond wordt de uitslag bekendgemaakt. Dat zoiets nou net op zondag moet gebeuren. Ik vind het nu echter geen optie meer om weg te blijven, dan had ik helemaal niet mee moeten doen. Als ik het van tevoren geweten had, had ik geen foto's ingeleverd.
Om 18.20 uur zitten veel mensen beneden in de lounge ongeduldig te wachten: er is twintig minuten vertraging (computers…) bij de presentatie van de ingeleverde foto’s. Als het later toch zover is, blijkt de kwaliteit heel redelijk te zijn. Op een enkele foto na vind ik ze allemaal mooi tot zelfs fantastisch! Er zijn vijf categoriën en ze bevatten alle vijf meerder kanshebbers. De uitslag is om 20.30 uur en de spanning in het dekhuis is voelbaar. Categorie 1 (“Europa”) gaat voorbij zonder dat ik een prijs heb. In categorie 2 en 3 (“Dieren” en “Landschappen”) scoor ik echter de eerste prijs. Bij “People” heb ik een tweede prijs en bij “Various” een derde prijs! Ik krijg vier foto-afdrukken, waarvan twee op groot formaat, twee flessen wijn, een pak toffees en een blikje bier. Wow!

Categorie Diversen - derde prijs
Opspattend water tegen een ijsschots, Trinity