Travelwire





Kapitein Rob

Dag 47-48: Naar Kaapstad IV

Maandag 24 april

De goede wind laat ons in de steek, de motor echter niet. Later op de dag vertelt Rob dat het plan om de Kaap te ronden door kan gaan, maar meer zit er voor ons niet in. Op donderdag kan men kiezen: van boord, of meevaren met een dagtochtje. Omdat er mensen van boord zullen gaan, mogen er zelfs gasten worden uitgenodigd – leuk voor de Zuidafrikaners aan boord! Op vrijdag worden havenautoriteiten uitgenodigd, het is de vraag of er dan ook nog andere gasten aan boord kunnen komen, maar dat is niet uitgesloten. En uiteraard is iedereen steeds welkom om aan boord te eten en te slapen – we hebben er voor betaald. Nou, netjes geregeld, zou ik zeggen. Ik ga dus donderdag van boord en zou zelfs donderdagavond kunnen vliegen. Dat moet Tjalling maar eens uitzoeken. Via het kantoor is wellicht alsnog een ticket te regelen voor donderdag of vrijdag.

Tjalling

Alex vraagt met succes om een zwembad. De motor gaat even stop, er worden wat veiligheidsmaatregelen genomen, waarna een flinke massa mensenvlees zich in het zilte nat stort. Tezamen met de vogelfoto’s van vanmorgen levert dat weer een aardige verzameling plaatjes op.

Spike gaat wat uithalen!

Geb, de redder van mijn uitzicht

Helaas breekt bij het oppoetsen van de glazen mijn bril doormidden. Ik stap over op mijn zonnebril, wat bij zulk weer geen probleem is. Maar als het straks donker wordt, zal het wel behoorlijk vervelend worden. Gelukkig hebben we de technische man nog: Geb kan hem misschien maken. En inderdaad komt hij later op de dag met een netjes gerepareerde bril aandragen. Het was aanvankelijk heel moeilijk, want lassen zou onherroepelijk het glas beschadigen. Niet zo erg als het lijkt, want dat ding is toch aan vervanging toe, maar wel lastig voor de komende week. Gelukkig lukte solderen wel, met behulp van zuur.
We hebben als we weer verder varen bezoek van dolfijnen, maar we krijgen ze nauwelijks te zien. Vogels zijn er ook: naast de normale soorten zie ik vandaag ook de Kuhls Pijlstormvogel en na lange tijd van afwezigheid is het Wilsons Stormvogeltje weer eens te zien.

Grote Pijlstormvogel

’s Avonds gaat de eerste fles wijn leeg, samen met Melchior en Dineke. Een lekker wijntje, trouwens! Jac komt ons uit het dekhuis halen omdat de lucht buiten zo ongelofelijk mooi is. Hij is onze sterrengids, deze avond. Heel interessant en mooi. Wat ook heel leuk is, is het oplichtende water – iets waar ik wel over gehoord heb, maar wat ik nooit eerder gezien heb. Hoewel het ook in de Noordzee wel voorkomt.


Bessel

Dinsdag 25 april

Ik heb van 0.00 tot 4.00 uur wacht, maar de klok gaat precies in mijn wacht weer een uur vooruit. En dat terwijl we dat gisteren ook al deden! Okee, het scheelt weer een uurtje. Deze dag begint dus om 1.00 uur. Ik heb op dit tijdstip een gesprek met Bessel Sybesma over een boek dat zijn vader heeft geschreven. Ik heb er in gelezen (‘gisteren’avond), maar kon slechts het voorwoord en de epiloog lezen, want Bessel is er zelf nog in bezig en dan kan je zo’n boek niet al te lang voor jezelf houden. Het waren de belangrijkste, maar ook verreweg de moeilijkste delen. Van kwantummechanica snap ik sowieso niks, dus ben ik blij dat ik Bessel daarover kan vragen. Het loopt uit op een heel goed en diepgaand gesprek over geloof en filosofie/wetenschap. Ik word er uit losgescheurd omdat de stuurplicht roept.

’t Is prachtig buiten. Wat een heldere sterrenhemel, een schatkist vol parels. Ik zie deze nacht drie keer een vallende ster. Ook deze nacht licht het water weer mooi op.

Morgenstond
Als het klokje op 4.00 uur staat, zoek ik de kooi op. Ik heb vooraf niet geslapen, dus kom ik pas laat uit bed, veel te laat voor het ontbijt. Het is grauw weer, er staat weinig wind en er zijn bijna geen vogels te zien. Eerst maar eens douchen dan. Daarna ga ik lekker in het zonnetje op het dek zitten: het is inmiddels lekker weer geworden en het verslag moet ook worden bijgehouden. Kaapstad is nog niet in zicht, tegen 12.00 uur varen we op een afstand van 110 mijl.
Mijn bril gaat weer kapot, maar weer weet Geb raad: hij knijpt een spijker krom, knipt de kop er van af en soldeert hem mee om de neus van de bril meer stevigheid te geven. Het blijkt een afdoende oplossing, want verder zal ik geen last meer hebben van brilbreuk.
’s Avonds zien we wel een lichtgloed op de plek waar Kaapstad ligt, maar meer is er nog steeds niet te zien.