Travelwire





Het interieur van de jeugdherberg.

Dag 4: Ponta Delgada (Sete Cidades)

Dinsdag 19 oktober

’s Morgens ontbijt ik in de jeugdherberg, daarna ga ik snel de stad in. Natuurlijk barst er meteen een stortbui los. Maar die houdt ook weer op en gaat over in gestadige regen. In de haven van Ponta Delgada zie ik een Kleine Zilverreiger, enkele Steenlopers en Visdieven. En heel veel Geelpootmeeuwen natuurlijk. Buiten de haven van Ponta Delgada, maar vrij ver weg, vliegen wat Kühls Pijlstormvogels. Meer dan 15 vogels, in elk geval. Bij de Tourist Information haal ik een kaartje met de bustijden. De bus naar Povoaçao is weg, als ik de volgende neem ben ik nooit meer op tijd terug. Bovendien is het weer ‘niet zo fijn’ voor een wandeling. Dus blijf ik vandaag in Ponta Delgada, hoewel mij dat helemaal niet zint. Ik bezichtig enkele bezienswaardigheden, maar kan ook naar de ‘Pine Apple Plantation’. Later op de dag misschien? Ik heb echter geen zin in PAP. Dus toch maar naar Sete Cidades?

De taxi vetrekt om 10.00 uur en kost me € 13,-. Helaas heeft de chauffeur teveel haast om mij uit zijn wagen te zetten, hij zet me op een verkeerd punt af. Er is veel mist, er staat een harde wind en ik heb het koud; had ik maar een trui meegenomen. Tenslotte is het drama compleet als het ook nog eens gaat regenen. Af en toe klaart het even op. Genoeg om me te oriënteren. Ik zit fout, realiseer ik me nu. Beneden mij ligt Lagoa de Santiago! Dan komen al snel weer de mistflarden, binnen de minuut is het zicht weer minimaal.

Heel grappig is wel de ontmoeting met een paartje Sneeuwgors, totaal verdwaald tijdens de herfsttrek hier neergestreken, terwijl ze gewoonlijk niet verder zuidelijk komen dan Noord-Frankrijk! En als ook ik ‘verdwaald’ ben, op de terugweg, klaart het toch nog echt op – een mooie wandeling volgt. Ik loop langs een zwarte vulkaanwand, allemaal fijn gruis. Daarna kom ik op de weg, waar ik ook met de taxi al gereden heb, een klein stukje vóór het beginpunt van de wandeling. Een schitterend aquaduct voert het regenwater naar beneden. Langs de weg loop ik naar de kustweg, waar ik wellicht een bus of taxi kan nemen. Intussen hoop ik tevergeefs op een lift. Ze lachen vriendelijk naar me, maar niemand neemt me mee. De wandeling duurt wel een beetje erg veel te lang, ik loop me ‘te blubber’! De afstand over de weg bedraagt zo’n 12 kilometer, en ik heb daarvoor al een fikse tippel in de omgeving gemaakt.

Eind goed, al goed. Vlak voor het vliegveld, bij een miradouro, een uitzichtpunt aan de kust, houd ik een taxi staande. Ik wordt netjes op de Jeugdherberg afgeleverd, wat gezien de toestand van mijn voeten wel erg handig is.
Naast de genoemde vogelsoorten zag ik op deze dag de Vink, een niet te missen en heel algemene vogel. De Goudhaan heb ik alleen gehoord, maar is niet zeldzaam. Tweemaal zag ik een Buizerd. Verder Kanarie, Grote Gele Kwikstaart, Merel, Roodborst, Spreeuw, Houtduif en Zwartkop.