Travelwire





Biscoitos.

Dag 7: Rondje over Terceira

Vrijdag 22 oktober

Geklater in de nacht, gierende wind… ik weet genoeg, en als m’n wekker de volgende morgen gaat, draai ik me nog een keertje lekker om. Een wijs besluit, blijkt later. Het is bar en boos buiten. Ik ontbijt om 8.30 uur en ga dan eerst naar de haven. Bij het meertje zitten de Muskuseend en het Waterhoen. En zou die zee-eend nog in de haven zitten? Zou ik misschien de Regenwulp nog te pakken krijgen? Nee dus, alles is leeg. Maar… wacht eens, wat is dàt voor een vreemde meeuw? Een Visarend! Hij weet zelfs nog een flinke vis te verschalken ook en vliegt hoog over. Te ver om een goede foto te maken, maar een foto die niet goed is, vind ik ook een leuke herinnering. In mijn haast om de telelens op de camera te draaien en daarna nog op tijd te zijn voor een kiekje, schop ik een lading zand in mijn fototas. Bah!
De supermarkt weet ik nog wel te vinden. Ik schaf er drie bolletjes bruinbrood aan en kies pittig pizzavlees als beleg. Een flesje drinkyoghurt, een blikje ijsthee, een blikje bier en een zakje toffees. Verder als souvenir vier pakjes thee in twee soorten. Thee van de Azoren schijnt een specialiteit te zijn. Dat gaan we proberen.

Daarna rijd ik met de bus mee. De regen stroomt weer met bakken uit de lucht. Ik zit gelukkig droog. Dat verandert in Biscoitos. Er is niets te doen en ik moet er anderhalf uur doorbrengen. Hmm, komt me bekend voor. Maar ik neem ditmaal mijn tijd om de inkopen op te eten in het postkantoortje annex toeristenwinkel annex Tourist Information. Twee dames weten mij hier bovendien te vertellen dat de bus langs de kustroute naar Angra do Heroismo rijdt, dus spaart mij dat een peperdure taxirit uit. Welkome informatie! Na het eten loop ik tijdens een periode van miezerregen richting de kust. Tussen de wijngaarden door. Lage lavamuuurtjes, veel wijnranken en een klein gebouwtje. Een soort vervallen schuurtje, zonder deur en met uitzicht op de oceaan, een fiks eind verderop. Net wat ik nodig heb. En terwijl de regen neergutst, zit ik op m’n gemakje de omgeving (Kanarie, Houtduif en Zwartkop), de kust met metershoge golven en de daarachter langsvliegende Pijlen en Geelpoten te bekijken.

Tegen de tijd dat ik terug moet, is er weer een blenkje; dat gebruik ik om naar het kantoortje, waar de bus zal stoppen, te lopen. De rit naar Angra wordt opgeluisterd door een groepje schooljeugd, dat nog in Biscoitos instapt en een kwartier later ook weer gedistribueerd is over de kleine dorpjes onderweg. De laatste twee jongens krijgen van mij een toffee. Ik mag nog een heel eind verder, ben daar ook niks rouwig om. Wat een weer!

Een schoolklasje in Angra.
Het tweede stuk van de rit is beter, het klaart nu wat op. In Angra zoek ik het paleis van Battencourt weer op, ik wil nog even een digitale foto posten. Als dat gebeurd is, brengt de bus me terug naar Praia. Bij Cabo da Praia zitten nu drie Strandplevieren, op dezelfde plek zo’n beetje als afgelopen maandag.
Na aankomst spoed ik mij met de moed der wanhoop toch nog maar een keertje naar de haven. Een langsvliegende steltloper, geen Steenloper; dat betekent een nieuw soort! Als ik hem maar op naam kan krijgen. Dat lukt niet, maar het beestje strijkt neer op een strekdam langs de jachthaven, waar ik nog nooit op geweest ben. Ik loop er heen en ontdek in de jachthaven een ‘wrakke’ Kuhls Pijlstormvogel tussen de jachten. Die moet goed te fotograferen zijn! Als ik maar genoeg licht heb. Hoewel ik vanaf de aanlegsteiger betere platen had kunnen schieten, kan ik daar niet op. De boel is afgesloten met een toegangspoortje. Dan de steltloper. Het blijkt een Oeverloper te zijn, geen Amerikaanse, maar wel een laatste nieuwe Azorensoort voor mij.

De foto's van de Kuhls Pijlstormvogel vallen thuis toch tegen. Dit is nog de beste.

Ik ga nu gauw de bus naar Lajes nemen. Op de luchthaven hevel ik mijn handbagage over naar de rugzak, terwijl tandpasta en andere rommel vanuit de grote naar de kleine tas verhuizen. Ik drink hier mijn biertje op. Niemand die er hier wat van zal zeggen… De merknaam is Bock, maar het is toch geen Bockbier! Daarna kan ik inchecken. Het boarden duurt echter nog wel weer even. Dus is er mooi tijd om het verslag aan te vullen. De vertrekhal is niks meer dan een grote hangar, een kale ruimte. Er staat midden in de looproute naar gate 2 een emmer, om het binnenlekkende regenwater op te vangen. Een grote plas er omheen, de emmer is inmiddels ook bijna vol! Om 21.15 uur mogen we aan boord gaan, maar dan staat er zo’n lange rij, dat ik nog lekker even blijf zitten.