Travelwire






Dag 8: Iguaçu vanuit Argentinië

Maandag 1 augustus

Vandaag wordt er een bustour gemaakt naar de Itaipu-dam, Paraguay en de Argentijnse watervallen van Iguaçu. Bij de dam kopen we een kaartje voor een busrit over de hoogste stuwdam ter wereld. Tenminste, de hoogste die in werking is. De Brazilianen blijken heel trots te zijn op dit bouwwerk, dat in samenwerking met Paraguay tot stand kwam. De tour is echter, kortweg gezegd, niet de moeite waard. De rit naar Paraguay is aardig, dan kan je zeggen dat je daar ook nog geweest bent. Maar meer is het echt niet. We lopen er een twintig minuten rond en gaan dan snel naar ons eigenlijke doel: de watervallen. Een 'must'! Tjonge, nog beter en mooier dan afgelopen zaterdag! Je wordt met een toeristentreintje naar het begin van een metalen steigerpad gebracht. Via dit pad, door prachtige natuur, kan 'De Duivelskeel' bereikt worden, je staat dan pal boven de waterval. Een heel mooie beschrijving van hun belevenissen hebben Erik en Wendy gegeven op hun website Travel Trek. Hun verslag laat ik hier volgen, de foto's zijn wel van mij:


We kunnen ons bijna niet voorstellen dat de Argentijnse kant indrukwekkender is dan de Braziliaanse kant die we gisteren hebben bezocht, maar iedereen zegt het. We laten ons verrassen. Het park is groot en gelukkig niet al te druk. Net als aan de Braziliaanse kant doet de ingang met haar netjes aangelegde paden en souvenirwinkeltjes ons denken aan een Nederlands pretpark. Er is zelfs een treintje! (..) Via een mooi pad door een stukje jungle komen we op een soort loopbrug van staal die zich helemaal bovenlangs de watervallen door de bossen en over de vele riviertjes kronkelt. Schitterend aangelegd. Zo lopen we gewoonweg OVER de watervallen heen.

Als het treintje net weer is gearriveerd, is de rust even ver te zoeken. Maar binnen vijf minuten is het weer helemaal stil.
Idyllische beekjes en riviertjes komen heel rustig uit het regenwoud stromen om onder ons plotseling de diepte in te vallen. Met het nodige geweld. De tegenstelling is enorm en nauwelijks te bevatten. Rustige jungleriviertjes ... ... donderende waterval.
En dan de uitzichten over de enorme kloof en de rivier die ver beneden ons raast, gevoed door al die watervallen. Adembenemend! Als de loopbrug door een stukje bos loopt waardoor we even geen waterval en uitzicht zien, valt ineens op hoeveel vlinders hier ronddartelen. En vooral ook hoeveel verschillende soorten. In alle kleuren, maten en met de meest fantastische patronen zijn ze in staat om ons even te laten vergeten waar we zijn: bij één van de meest indrukwekkende watervallen van de wereld. Een man die we al meer tegen zijn gekomen op deze route, staat met zijn neus bovenop een vlinder en verspert de weg. De vlinder is werkelijk een prachtexemplaar, glanzend diep blauw en de verwilderde, overenthousiaste blik van de man is volkomen terecht. Vol verbazing kijken we met hem mee en als de vlinder opvliegt raken we in gesprek. Hij blijkt een Franse bioloog die hier op vakantie is. Tom. Minstens zo enthousiast als wij over deze bijzonder plek met haar oneindige watervallen en ontelbare vlinders ontstaat er zo'n leuke korte ontmoeting van volslagen vreemden die, gepakt door wat ze samen zien, hun gevoelens delen. “Superbe”. Over in rotsen uitgehakte treden dalen we af de kloof in. Het pad loopt door dichte jungle dat zich slechts af en toe opent om de bezoeker een blik te gunnen op het donderende water. De alles overstemmende herrie van vallend water komt steeds dichterbij... dichterbij... tot we ineens oog in oog staan met de krachten van moeder natuur. Machtig! Mijn mond valt open... voel me nietig en krachteloos tegenover deze oneindige, onvermoeibare stroom. Een fris windje waait een dun watergordijn over ons heen dat als een regenboog oplicht uit de bron van de val. Langs de waterval glinstert een overdaad aan planten nat in de zon. Wat een decor! Gehypnotiseerd door deze fantastische omgeving verliezen we elk benul van tijd... laten ons volledig opgaan in dit donderend geweld... laten we ons meezuigen door de schoonheid van moeder natuur... zweven we in het nirvana van Iguaçu... Helemaal onder in de kloof waar de rivier stroomt, nemen we een rubberbootje dat de hele dag op en neer vaart naar een eiland. Ook hier loopt een goed pad, om het eiland rond te lopen met natuurlijk een uitkijkpost die nog dichter bij de waterval ligt. Op een grote rots aan de rustige kant kan het eiland nemen we plaats om alle indrukken ietwat te verwerken en om te lunchen. Het duurt niet lang of we merken dat we vooral niet de enigen zijn die trek hebben. Tussen de takken door verschijnen diverse blauwkopgaaien, kraaiachtigen, schitterend fel getekende vogels. We verkruimelen wat crackers die ze zonder angst zo uit onze handen pikken. En alsof hij het ruikt, verschijnt ook Tom, onze Franse bioloog-vriend om zich te vergapen aan deze vogels.

Na deze vrolijke pauze kuieren we langzaam richting het slotspektakel van Iguaçu, de ruigste waterval hier, Devil's Throat. “Ha het treintje!” Nu voelen we ons weer echt toerist in een pretpark, in zo' open boemeltreintje dat nauwelijks sneller rijdt dan vijf kilometer per uur. Maar om heel eerlijk te zijn, na een hele dag sjouwen is zo'n boemeltje wel lekker en de rit is heel mooi. Af en toe rijden we door wolken vlinders. Vanaf een perron met de onvermijdelijke souvenirwinkel, begint de welbekende stalen loopbrug. Deze loopt echter over een enorme plas zacht stromend water. Het lijkt wel een meer met vele eilandjes. Alles ademt rust uit, de rustige stroming, de vlakke, uitgestrekte watervlakte en de fluitende vogeltjes. Na een dikke kilometer horen we dat we de waterval naderen. Ergens vanachter een eilandje voor ons stijgt ook volcontinue een wolk damp op.

Als we er bijna zijn, komt ons plotseling een verwilderde Tom tegemoet, onze Franse bioloog vriend. Met grote ogen komt hij nauwelijks uit zijn gebroken Engelse woorden. Tussen het gebrabbel door horen we steeds hetzelfde woord terug: “apotheose... apotheose!!!” Verwilderd loopt hij door, ons vertwijfeld achterlatend. We lopen verder en langzaam dringt het gevoel van Tom ook onze lichamen binnen. Want het schouwspel dat zich voor onze ogen aftekent...? Het grote rustig kabbelende meer verandert van de ene op het andere moment in een gewelddadige duivel. Alsof iemand midden in het meer een enorm gat heeft geslagen, een onwerkelijk gat. Elke keer als ik met mijn ogen knipper, verwacht ik dat het gat is verdwenen en het meer voor mijn ogen rustig voortkabbelt. Maar het surrealistische gat is er en blijft er en zuigt al het water naar zicht toe. En ook mijn geest. Want hoeveel angst Devil's Throat ook inboezemt, hij trekt aan me. Ik ben bijna in staat om te springen. Mijn hart pompt! Dit overtreft al mijn verwachtingen, zoals de hele dag al boven verwachting indrukwekkend was. En de ‘Keel van de Duivel’ met zijn onzichtbare diepte is het absolute hoogtepunt... een ware apotheose! Met toestemming overgenomen. Tip: lees ook de andere reisverslagen op de website Travel Trek!


De groep heeft haast, omdat vijf personen een boottocht willen maken, die vlak langs de waterval voert. Zaterdag besloten we nog dit niet te doen, maar nu is het voor halve prijs ($ 32,00). Desondanks wil ik niet mee, samen met Wim Pekaar, Bouke en Wieke. Ik ga me dus ook niet haasten. Dat heeft tot gevolg dat ik alleen achterblijf bij de Duivelskeel, waarna ik rustig genietend terugloop naar het stationnetje. De trein van 15.00 uur brengt me naar de paden die naar de andere watervallen voeren. Een hoog en een laag pad. Het hoge pad blijkt juist door Wim, Bouke en Wieke afgerond te zijn. Het is wel zo gezellig om met hen mee te lopen, dus dan moet ik ook maar het pad naar het lage uitzichtpunt nemen. En daar krijg ik zeker geen spijt van! Prachtige doorkijkjes op de watervallen, regelmatig met een mooie regenboog daarbij - ik krijg er geen genoeg van! We moeten ons tenslotte nog haasten om op tijd bij de bus te zijn.

De bootridders hebben inmiddels geen droge draag meer aan het lijf, we hebben ze van bovenaf onder de stuifwaterwolk door zien gaan. Ze zijn nog steeds niet terug, vanwege een DVD-tje van hun avontuur, dat moet worden opgehaald op een volkomen foute plek. Daardoor moeten ze een flink stuk rennend afleggen, om de chauffeur die ons naar Foz terug zal brengen niet al te boos te maken.

We worden bij het hotel afgezet, nemen onze auto's en rijden nog dezelfde avond in de richting van Cascavel. Dat bereiken we niet, het ligt te ver weg. Maar het scheelt toch weer een flink stuk voor morgen. We eten wat brood. Vlakbij is een goedkoop hotel. Douchen, kletsen en slapen.