Travelwire





Langzaam ontwakende zwervers op het balkon

Dag 17: Rio de Janeiro II

Woensdag 10 augustus

Vandaag ga ik weer zonder camera op stap. We bezoeken de Suikerbroodberg en een markt. Het uitzicht vanaf de berg over de stad is fantastisch en ik mis mijn fototoestel verschrikkelijk. Toch loopt dit wel een stuk rustiger en ik beweeg me zonder die op den duur vrij zware rugzak een stuk gemakkelijker. Na een Mac-maaltijd gaan we de markt over. Een dief met een tas op het hoofd ontsnapt aan een politiewagen door een drukke straat in te duiken. Ik koop twee Rubik-kubussen voor R 3,00. Met de metro gaan we in spits terug naar Maria Graçia; een belevenis! Men is uiterst verrast iemand die zo lang is en die daarom wel over uitzonderlijke krachten zal moeten beschikken, bij zich in de metro te zien. We moeten door de tegenoverliggende deur uitstappen en staan dus aan de foute kant. De vriendelijke mensen hier maken ons dat al snel duidelijk. Het grote probleem is echter dat we geen vin kunnen verroeren. Je moet je dus met veel pijn en moeite tijdig door de massa worstelen. En dan maar hopen dat je op tijd buiten staat, want ook voor de uitgang staan veel mensen die zich er net ingeperst hebben en die er voorlopig nog niet uit zullen gaan. Ik vraag aan Jannet om alvast die kant op te gaan, maar dat lukt haar niet. Dan maak ik aan de omstanders duidelijk dat we dáárheen gaan bewegen, doe twee stappen en sta direct bij de deur. Het hele metrostel juicht! Jannet en Dirk-Jan zijn ook meteen meegekomen. Als we bij Maria Graçia zijn, springen er allerlei mensen snel even naar buiten, zodat wij weg kunnen. Als ik omkijk terwijl we naar de roltrap lopen, staat iedereen naar ons te zwaaien! Ze kunnen nog even de foto bekijken, die met het mobieltje van één van hen genomen is; daar sta ik, hoewel vaag, op. Dit lijkt een overdreven verhaal, maar het is echt zo gebeurd. En als we het aan Janneke vertellen, blijkt ook waarom die mensen allemaal zo juichten: het is in de spits gewoonlijk een minuten durende worsteling om door een volle coupé van de linkerdeur naar de rechterdeur te komen (een afstand van twee à drie meter). Als iemand dat in twee stappen van een seconde voor elkaar krijgt, is dat dus iets ongelofelijks. Die arme mensen moeten wel verschrikkelijk bang geweest zijn om verpletterd te worden... Een groot deel van de avond breng ik al kubusdraaiend door. Hoe ging dat ook al weer? Bij een kioskje halen we nog een hapje en slokje, als toegift deelt de baas van het zaakje nog een bitterbal uit aan Wim Pekaar, Dirk-Jan en mij. Dan wordt het tijd om het bed op te zoeken.