Travelwire






Dag 3: Havana - Jaguey Grande

12 juli

Om 2.10 uur landen we, met 6 uur tijdsverschil, op een groen en vochtig Cuba. We moeten nog meer dan een half uur in het vliegtuig wachten, voor we verder mogen rijden naar de slurf. We passeren de douane, halen de bagage op (wat tergend langzaam gaat) en rijden met een busje naar een 'casa particular'. Jan houdt de dagsluiting, waarna iedereen moe het bed opzoekt.
's Nachts gaat het alarm van mijn horloge af. Jan had gezegd dat-ie uiterlijk om kwart voor tien wakker wilde zijn, maar ik vergat hem op de Cubaanse tijd te zetten. Het is hier nu dus 3.45 uur. Oeps...

Ons 'casa particular' staat dicht bij de Malecon (de boulevard)

De volgende morgen zijn we natuurlijk 'gewoon op tijd' wakker. We gaan om een uurtje of acht de straat op, eens zien of we geld kunnen wisselen. Dat lukt uiteindelijk bij een kleine bouwkeet, een Cadeca. We krijgen daar Convertible Peso's, het Cubaanse toeristengeld (1,00 euro = CP 1,14). Vervolgens zoeken we naar een huurauto. Bij de verhuurder hebben ze alleen personenauto's, wij willen een busje. Een mannetje van het bedrijf brengt ons een stuk verderop bij een mannetje met haast, hij moet eigenlijk aan het werk. In een restaurant offreert hij ons een tankje water van een halve liter. Jan begint met onderhandelen en weet de prijs voor een busje tot CP 922 te knijpen. Allemaal vreselijk illegaal natuurlijk. Het mannetje pleegt wat telefoontjes, we willen dat busje uiteraard wel eerst bekijken, maar dat kan straks pas, want hij moet van het vliegveld komen en dan ook nog worden schoongemaakt. Maar als dat gebeurd is, kunnen we keuren en mogen we zelfs een testrit maken. Met het geld is het hier wel een heel gedoe, zo blijkt. Waar wij denken aan de gewone peso's, blijkt er ook nog een peso van de Centrale Bank te zijn en die moeten we hebben. De gewone peso zal ook wel van de Centrale Bank zijn, maar dit is dus weer een Cubaanse specialiteit. Voor een euro krijg je 1,50 van deze peso's, als hij het regelt met wisselen. Ze moeten natuurlijk niet zien dat het eigenlijk gaat om geld van toeristen. Er is ook nog wat geld nodig voor de eerste dagen hier, zodat we 1500 euro willen inwisselen. Eerst maar eens terug naar huis, om de dames te vragen hun beurs te trekken. Het mannetje regelt een taxi en wacht op ons. We gaan nu met hem mee naar de bank waar het geld gewisseld wordt. Hij laat ons even alleen, ik krijg zijn tasje in beheer en hij gaat zelf de peso's halen. Al komt snel is hij terug, we krijgen de PCB 2250,- en hij zijn 1500 euro. Hij gaat nu weer naar de bank, om dit geld weg te brengen. Ik krijg ineens argwaan: wat gebeurt er als hij er nu vandoor gaat en een wisselvoordeel opstrijkt? Die huurbus was dan slechts dekmantel en daar gingen wij tot nu toe niet van uit. Snel blijkt dat dit maar al te waar is! We hebben ons verschrikkelijk laten beetnemen, terwijl we allebei toch al heel wat reiservaring hebben? Jan gaat nog op onderzoek uit, maar die smeerlap is er echt vandoor en het geld dat we van hem gekregen hebben blijkt slechts ongeveer 100 euro waard te zijn. En zo tuinen we er toch kinderlijk eenvoudig in.
Er is niets meer aan te doen, we gaan met de taxi naar het vliegveld in de hoop daar dan tenminste een busje te kunnen huren. Helaas, ook dat lukt niet. Een belronde langs autoverhuurders in Havana levert niets op, zodat we onverrichter zake terug moeten om de dames op de hoogte te stellen. We worden plichtsgetrouw getroost en direct op water en brood gezet. En cake toe.
Via een organisatie die ik om veiligheidsredenen niet met name wil noemen, lukt het ons later op de dag om een busje te krijgen met chauffeur-gids. Zo rijden we 's middags uit Havana weg in de richting van de Varkensbaai. Dat kunnen we echter vandaag niet meer halen, omdat we daar vanmorgen teveel tijd voor kwijt zijn geraakt. Een stadje dat morgen goed als uitvalsbasis kan dienen, is Jaguey Grande - dus gaan we daar naar toe.
Een rit van anderhalf tot twee uur volgt. Er staan veel mensen langs de kant van de weg. Ze zwaaien met bankbiljetten naar langsrijdende auto's. Er blijkt een enorm transportprobleem te zijn op Cuba. Alles wat nog maar een beetje wil rijden wordt ingezet: van oldtimer tot vrachtwagen met laadbak. Maar nog steeds staan op meerdere plaatsen drommen met mensen. We krijgen om 15.30 uur een enorme klapperbui, waarbij het direct afkoelt. De bui is snel over, het water verdwijnt ook spoedig in de grond. De lucht blijft dreigen.

Straatbeeld in Jaguey Grande

In Jaguey Grande ontdekken we dat deze stad een Presbyteriaanse Kerk rijk is. We worden er zeer hartelijk ontvangen. Wat een vriendelijke mensen: er wordt direct onderdak voor ons geregeld. We bezichtigen intussen de kerk en horen dat de gemeente sterk groeit. Met muziek probeert men te evangeliseren. Er is nu een groep Amerikanen van Cubaanse afkomst, om daarbij hulp te geven. Ze leren kinderen bijvoorbeeld een muziekinstrument te bespelen. Vanavond is er een uitvoering. Gehoopt wordt, dat op deze manier mensen naar de kerk durven komen en dat dit een eerste begin zal zijn voor hen.

We gaan eten in een cafetaria, een klein stukje verderop. Kip en patat. Veel vliegen zwermen om ons heen en het aantal straathonden groeit ook aan. Na het eten brengen we onze spullen over naar het huis waar wij zullen overnachten. Hier relaxen we wat, om daarna naar de evangelisatiedienst te lopen.
't Is inderdaad weer, zoals trouwens vanmiddag ook wel bleek, zeer Amerikaans. Blotige meisjes die zwijmelend achter de microfoon staan, geloken ogen en een glimlach om de mond. Begeleiding door keyboard, gitaar en drum. Ik heb er in ieder geval niks mee op, 't is te hopen dat er mensen mee naar de kerk getrokken worden en dat daar een goede prediking beluisterd kan worden; want dat laatste schijnt dan weer wel zo te zijn?
Al snel lopen we terug om de dagsluiting te houden, waarna we naar bed gaan.