Travelwire






Dag 4: Jagüey Grande - Varkensbaai - Topes de Collantes

13 juli

Vannacht heb ik veel last van de warmte, we liggen met ons zessen in een kamer, die daarmee toch echt wel vol is. Tegen de ochtend draai ik de airco een tandje koeler, tot spijt van Jan, die er recht tegenover ligt.
Als het tijd wordt om op te staan, is het bij het toilet spitsuur en de schrobbak in het washok is vrij: ik krijg dus mooi even de gelegenheid om mijn blouse uit te wassen. De vrouw des huizes biedt daarna aan hem verder te verzorgen, dus dat is ook weer geregeld. Je kan het maar weer gedaan hebben. Vervolgens is het hoog tijd om ook eens naar het toilet te gaan, dat inmiddels dan toch eindelijk vrij is.

Hier wordt knoflooksmeerkaas geproduceerd!

We lopen naar het kantoor van de kerk, waar we een bolletje met spul krijgen, een soort vettige knoflooksmeerkaas, gecombineerd met een beker chocolademelk. Dat is niet voldoende om de knoflooksmaak weg te werken, gelukkig krijgen we ook nog een kopje Cubaanse koffie toe. Heerlijk sterk, maar zelfs dit blijkt niet sterk genoeg voor het genoemde doel!

Terwijl wij eten, krijgen enkele kinderen muziekles

Na de koffie gaan we weer terug naar ons logeeradres. Hier kunnen we rustig onze spullen inpakken. Ik krijg mijn blouse zelfs netjes gestreken terug, wat een aardig vrouwtje... De tassen gaan boven op de bus, een zeil er over. Jan haalt intussen wat fruit op de markt.
En dan verlaten we tegen het middaguur Jagüey Grande om naar Varkensbaai te gaan. Een klein weggetje, maar goed te berijden: waarschijnlijk geldt het hier als Provinciale Weg. Het voert langs de kust, het water ziet er mooi blauw uit, maar is soms nogal ruw en rotsachtig.
We rijden door tot Playa Giron, kort daarvoor strijken we neer bij een 'wegrestaurant', waar we zullen eten. Daar gaat veel tijd in zitten op Cuba, zo is inmiddels gebleken. Ik vermaak me met wat vogels.

Een Antilliaanse Troepiaal, de Spreeuw van Cuba

De Killdeerplevier, ook een algemene vogel op Cuba
Zwemmen doen we een stukje verderop, waar een resort staat. We passeren het museum waarin de strijd om de Varkensbaai wordt uitgelegd en natuurlijk ook verheerlijkt, en omdat ik in zwemmen niet veel zin heb, besluit ik dat te gaan bezoeken. Carlos, onze chauffeur/gids, zegt dat de toegangsprijs CP 1,00 bedraagt, ik krijg die van Jan. Het kost echter CP 2,00 (met fototoestel zelfs CP 3,00), zodat ik de partijpropaganda laat voor wat het is. Ik ga wel vogelen, loop wat rond over het resort-terrein en bezoek een door storm of wellicht zelfs orkaan vernielde kade. Er ligt ook een enorm blok hersenkoraal op het strand. De hitte noodzaakt mij te stoppen. Als ik in de richting van de groep ga, kom ik schakende mannen tegen. Ze doen het aardig, maar één van beiden kan niet goed tegen z'n verlies als hij voor de tweede keer het onderspit moet delven (en dat waar ik bij zit!); ik houd het dus maar voor gezien.

De groep zit nog voor 33,3% in het water, de rest zit op te drogen. Nee, ik heb er echt geen zin in. Je verbrandt hier levend, het zand zit overal en blijft tot minstens morgen bijna overal zitten en je hebt de rest van de dag dorst omdat je toch weer zout water binnenkrijgt. Ik kan me best zelf wel vermaken, heb dus maar geen zorgen. Het verslag moet immers ook bijgehouden worden.
Als ik daar klaar mee ben, is het zo'n beetje tijd om te gaan. Donkere wolken aan de horizon geven aan dat de dagelijkse bui in aantocht is. Carlos weet een route door het moeras. Het klappert van de regen en ineens zien we overal op de weg kleine kikkertjes springen. Het zijn er honderdduizenden! Als ik uitstap om het te bekijken, wijst Carlos me op de grote groep Cuba-amazones, die in de bomen naast de weg zit. Geweldig!
We rijden naar Cienfuegos en gaan nog een stukje verder door, in de richting van Topes de Collantes. We rijden een mangoboomgaard in, maar komen nagenoeg beetje vast te zitten in de blubber. Het lukt om de bus los te krijgen, we draaien en besluiten om nog maar een stukje verderop te gaan kijken. Bij het verlaten van de boomgaard rijdt Carlos in een niet zo groot, maar wel heel diep gat vol water. Het kost ons voorlopig slechts het genot van de airco. Het had heel wat slechter kunnen aflopen...
Het begint donkerder te worden, maar we hebben nog steeds geen goede kampeerplek. Het ziet er niet naar uit dat dit nog gaat lukken. Maar we moeten toch wat: we draaien een boerenerf op en vragen of we hier onze tenten op mogen zetten. Dat mag! Carlos slaapt in de bus, Jan en ik slapen op de veranda, lekker luchtig onder onze klamboe.