Travelwire





Trinidad!

Dag 5: Topes de Collantes - Trinidad - Sancti Spiritus

14 juli

De morgen begint met een vuistgrote vogelspin, die de nodige opschudding verwekt bij het nomadenvolk. Gelukkig zijn ze de tenten aan het afbreken in plaats van aan het opzetten. Nou ja, met zulke joekels kan je ook beter maar een beetje voorzichtig zijn. Als-ie bijt, zal het vast wel pijn doen. Na het eten ruimen we de rommel op en bedanken we de vriendelijke gastheren, gastvrouwen en gastkinderen. Op naar Topes de Collantes, een kuuroord in de Sierra del Escambray. Deze bergketen heeft een lengte van 90 kilometer en het is een gebied met grote natuurwaarden. De begroeiing is tropisch, maar het is er iets koeler omdat het nu eenmaal een berggebied is.

Het uitzicht bij Topes de Collantes

Carlos kent de weg en weigert een bepaalde bergroute te nemen. Ja, die is wel mooi, maar met deze bus niet te veroveren. O... dan zal het wel echt een slechte weg zijn, want Carlos is niet kinderachtig met zijn busje. Een betere weg blijkt even later inderdaad al moeilijk genoeg te zijn. De bus moet er flink aan trekken. We bezoeken een uitzichtpunt, waar we een fikse klim voor over moeten hebben. Een moeite die het overigens wel waard is: je kijkt er uit over de wijde omgeving, tot de Caribische Zee aan toe. De omgeving van het kuuroord, een eindje verderop, biedt geen gelegenheid tot wandelen, vooral omdat we te weinig drinkwater bij ons hebben. Een tegenvaller. We gaan dus door naar Trinidad, waar we een paar uur zullen blijven.
Zonder aangehouden te worden komen we het centrale deel van deze oude stad in. Dat is één van de voordelen die je hebt als je niet als toerist herkenbaar bent. Toeristen moeten namelijk betaald parkeren buiten de stad, ze worden gepakt op hun roodwitte nummerbord met een T aan het begin. Wij hebben gelukkig een Cubaanse nummerplaat.

Carlos draait z'n raampje open en schreeuwt wat tegen een inboorling, die in dezelfde toon antwoord geeft. Tja, het Cubaanse Spaans klinkt nu eenmaal niet beter. De brede smile overtuigt ons er van dat het nooit kwaad bedoeld is. De man springt op zijn fiets en rijdt voor ons uit. Nu blijkt wat Carlos gevraagd heeft: we wilden immers eten, welnu, daar heb je een lokale gids voor nodig. Of je moet in een duur restaurant gaan dineren, maar Trinidad staat er om bekend dat je er heel gemakkelijk in een thuisrestaurant kan eten. Zo zitten we dus even later ergens in huis te wachten op de dingen die komen gaan. Ik heb een Lemondrankje, zeg maar 7-Up, besteld; maar als je Cola wilt, moet je even wachten, want die voorraad moet eerst worden aangevuld. Moeder gaat naar één van de buren om daar voor te zorgen. Vader staat in de keuken om onze maaltijd van gebakken bananen, gamba's en vis klaar te maken. Het dochtertje van volgens mij toch wel minstens een jaar of 4 zit intussen in de hal met de afstandsbediening van de televisie in handen. Ze weet hem trefzeker te hanteren, maar krijgt tot onze ontzetting even later wel een zuigfles! Ai, dat wordt later een beugel...
Een andere bijzonderheid is een vooroorlogs vliegtuig, dat laag over de huizen lijkt te scheren. Het blijkt geen vliegtuig te zijn, maar een antimalariamuggenrookmaker. In Nederland heb je van die blaasmachines om dorre bladeren van het tuinpad te verwijderen. Daar lijkt dit Cubaanse apparaat op. Een man loopt rond met zo'n machine op zijn rug. Uit de blaaspijp komt witte rook, zou het een voorteken zijn van een nieuwe paus op Cuba? Maar nee, in die rook is een muggenverdelger verwerkt. Deze procedure wordt wekelijks uitgevoerd in Trinidad. Je hebt dergelijke apparaten ook in formaatje kingsize, die worden door een tractor met aanhanger voortgetrokken. Welke uitvoering het in Trinidad is, weet ik niet. Ik zie wel die witte rook via de bovenverdieping het huis binnenkolken en vraag mij bezorgd af of het niet schadelijk zal zijn voor de gezondheid. Straks zitten wij hier wel te eten, zie je... Enfin, het smaakt wel goed en we krijgen nog een Cubakoffie toe ook.

Daarna wordt het hoog tijd om de stad te verkennen. 'Villa de la Santísima Trinidad' is in 1574 gesticht en werd in de 16e eeuw verder uitgebouwd met verdiensten uit smokkelhandel, waar trouwens het complete Caribische gebied destijds goed aan verdiend heeft. In de 17e en 18e eeuw nam de welvaart nog verder toe door de slavenhandel en de teelt van suikerriet op uitgestrekte plantages in vochtige bergdalen in de omgeving. Maar de ligging van de stad was niet handig, want de Sierra del Escambray ligt er aan de landzijde in een cirkel omheen en je moest voor een reis naar de rest van Cuba heel wat zweetdruppeltjes over hebben. Na 1850 ging het snel bergafwaarts. De handel verplaatste zich steeds meer naar de nieuwe stad Cienfuegos (bij een oud Spaans fort door Franse kolonisten in 1819 gesticht) en Trinidad werd als kortdurend naverbrandertje een belangrijk cultureel centrum. Daarna was het lange tijd een vergeten stad met grote financiële en maatschappelijke problemen. Zodoende kon alle rijkdom de tand des tijds doorstaan. De gebouwen konden vanwege geldgebrek niet worden opgeknapt en bleven dus, hoewel vervallen, in hun oorspronkelijke staat. Totdat men dit pareltje ontdekte en er een uitgebreid restauratieprogramma gelanceerd werd. In 1988 is de stad door UNESCO opgenomen in de lijst van Werelderfgoed.

Onnodig om te zeggen: het blijkt een mooie oude stad te zijn, zeker rond Plaza Mayor. Trinidad heeft grote aantrekkingskracht op toeristen, wat goed te begrijpen is als je over de ronde keien in het zwaar gerestaureerde oude centrum loopt. Buiten dat centrum is de schoonheid er al snel af. Een restaurant krijgt uitgebreid toiletbezoek, want de doorstoming van water in het damestoilet is minimaal en bij het herentoilet ontbreekt het helemaal.

Okee, klokkijken is niet altijd even gemakkelijk op Cuba.

Vervolgens bekijken we het Museo de la Lucha contra Bandidos, het voormalige 'Convento de San Francisco', waar ook een korte film van de aanval op Varkensbaai wordt vertoond. Op de binnenplaats staat een Amerikaanse motorboot opgesteld. We beklimmen de toren van dit museum, je hebt daar een prachtig uitzicht hebben over Trinidad.

We zijn niet de enige toeristen.

Er wordt nog een tijdje uitgetrokken om toeristisch te shoppen, maar dit wordt ruw verstoord doordat de Cubaanse regenklok eerder afloopt dan wij verwachtten. Iedere middag is het raak, maar hier regent het wel erg vroeg. En erg hevig ook, straten veranderen in kleine beekjes en kinderen genieten en springen kletsnat rond onder deze openluchtdouche. Wij staan intussen droog in een klein hoekwinkeltje, waar de brooddistributie plaatsvindt (waarover later meer).

Na de regen vertrekken we naar Sancti Spiritus. We brengen nog een bezoek aan een vallei met uitgestrekte suikerrietplantages. De officiële naam is Valle San Luís, maar doordat er meer dan vijftig suikermolens stonden, kreeg het de inmiddels meer bekende bijnaam Valle de Ingenio. Vroeger werkten hier veel slaven en die moesten goed in de gaten gehouden worden, omdat ze anders mogelijk niet hard genoeg zouden werken. Het toezicht houden gebeurde vanaf de Torre Manacas-Iznagas, een 45 meter hoge toren van zeven verdiepingen.

Op drie kilometer afstand van Sancti Spiritus vinden we onze kampeerplek, een eindje van de snelweg, bij het eenvoudige huisje van 'de vrijgezelle boer'.

De suikerfabriek