Travelwire





Flamingo's en Geoorde Aalscholver zijn hier algemene vogels.

Dag 9: Cayo Coco - Santa Clara - Jagüey Grande

18 juli

Het bruine leventje zit er voorlopig weer op; vandaag rijden we terug naar Havana, via Morón en Santa Clara. Een 17 kilometer lange dam met openingen om eb en vloedstroom door te laten gaan, verbindt Cayo Coco dwars door een lagune met de rest van Cuba. Als we op de dam rijden, zien we enkele malen Flamingo's vliegen, zuurstokroze als ze hier zijn. En dat is niet het enige gevogelte hier. Maar ineens hap ik naar adem: een Middelste Zaagbek?! Stop!!! Ik ren weg en zie even later inderdaad deze eend opduiken - "zeer zeldzame dwaalgast van november tot maart", staat er in het vogelboek. Maar het is nu de tweede helft van juli... Zou het de eerste zomerwaarneming voor het gebied zijn?

Ongelofelijk: een overzomerende Middelste Zaagbek op Cuba!

We rijden verder, met een korte stop bij Pueblo Holandés. Dit is een dorpje met huizen die min of meer Hollands aandoen. Het schijnt dat ene Celia Sanchez veel op had met Nederland en een leuk exotisch dorpje wilde stichten in Hollandse stijl. Mwah& We zijn er snel door, deze stop hoeft niet veel tijd te kosten.
Ene Celia Sanchez. De onofficiële vrouw van Fidel Castro. Deze dame is veel interessanter dan het dorpje dat ze achtergelaten heeft. Er wordt beweerd dat zij de motor was voor de Revolutie en dat zonder het guerrillacommando dat zij had opgezet Ernesto Che Guevara, de broertjes Castro en hun medestanders niet eens de Sierra Maestra zouden hebben bereikt. Hun aanval op de Moncadakazerne was in 1953 hopeloos mislukt. In 1956 wisten ze met hun wrakke jacht vanuit Mexico dan wel Cuba te bereiken, maar direct al werden 70 van de 82 mannen gedood. De twaalf overlevenden zijn toen door haar manschappen gered en naar de veilige bergen gebracht. Vanaf dat moment is het eindelijk beter gegaan voor de rebelse broeders. Werd er gestreden volgens hun eigen plannen, of waren het de plannen van Celia Sanchez die werden uitgevoerd? Nou ja, als ik het dorpje zie, denk ik van niet. Het schijnt in ieder geval wel een bijzonder mens geweest te zijn. In januari 1980 is zij overleden, waarna Fidel Castro getrouwd (?) is met Dalia Soto del Valle.
Een langere pauze nemen we in Morón, waar we in het restaurant wat drinken en tegelijk brood eten. Ook gaan we nog op zoek naar het beeld van de 'Haan van Morón', waar wel een aardig verhaaltje achter zit, maar die verder niet interessant genoeg is om te fotograferen. Als we verder gaan, krijgen we onderweg een spatje regen. De dames nemen in verband met eerdere ervaringen hun bagage van het dak af en houden die op schoot. Aangezien het zeil nu vierdubbel om de mannentassen kan worden gewikkeld, blijven die gewoon op het dak. Ik zou trouwens ook niet weten waar we die tassen anders hadden moeten laten.
We maken nogmaals een eetstop in Remedios, in hetzelfde restaurant als waar we de vorige keer wat gedronken hebben. Dit keer laten we er ook nog wat achter, want Carlos heeft nog steeds de vis van gisteren bij zich. Maar die ruikt nu wel bedorven en of dat echt zo is willen we niet eens meer proberen.
Na Remedios ligt alle bagage weer op dak, Carlos heeft er zijn best nog een keer op moeten doen. Een minuutje of vijftig voor Jagüey Grande gaat het er weer af, omdat er weer wat druppels gaan vallen.

In Santa Clara bezoeken we het herdenkingsteken voor Ernesto Che Guevara, een kolossaal monument met een groot plein in Sovjetstijl, het Plaza de la Revolución. De stad wordt ook wel aangeduid als 'Het laatste fort van Batista's tirannie'. Toen Batista hoorde dat ook deze stad gevallen was, begreep hij dat zijn Cubaanse dagen geteld waren en nam hij maatregelen om te vluchten. Che Guevara leidde de aanval. In Santa Clara heeft de verering van Che een hoge vlucht genomen. Hij is in 1967 door het Boliviaanse leger opgepakt en geëxecuteerd, vervolgens verdween zijn lichaam. In 1995 werd bekend waar dit gebleven was: in een massagraf onder de start- en landingsbaan van Vallegrande. De Boliviaanse regering heeft in 1997 het lichaam opgegraven en overgedragen aan Cuba, waar het in zijn mausoleum in Santa Clara is bijgezet.

We besluiten deze dag niet in Havana te eindigen, waar het wel eens minder makkelijk kan zijn om goedkoop onderdak te vinden. Bij Maria in Jagüey Grande hadden we twee goede kamers voor niet al te veel geld, dus gaan we daar nogmaals aankloppen. We worden hartelijk ontvangen. Er is nota bene een verbouwing in de keuken gaande, maar dat geeft niet. Ieder zoekt zijn 'eigen plekje' weer op: we zijn weer thuis! Ik zoek mijn was bij elkaar en vraag om een emmer, aangezien het washok nu als keuken in gebruik is. Maria loopt direct naar haar wasmachine en wil over een uurtje wel de was voor ons doen. Tjonge... Even later sta ik gelukkig toch gewoon bij de wasbak. Ze zal wel ingezien hebben dat het inzetten van een wasmachine een ongelofelijke baal stinkende kleren zou hebben opgeleverd, want ik vermoed dat er dan wel meer in de groep zijn die nodig de was moeten doen.
Daarna eten we kip met friet bij de plaatselijke snackbar, om vervolgens naar een gebedsdienst te gaan. Deze dienst is bedoeld om te bidden voor personen met problemen. Er worden namen genoemd, er wordt uit de Bijbel gelezen en er wordt gezongen. Iedereen krijgt een strookje met namen van genoemde personen en krijgt gelegenheid om ter plekke voor deze mensen in stil gebed Gods hulp en zegen te vragen. Het gaat er gelukkig verre van Pinkstergroep-achtig aan toe. Na de dienst houden we avondsluiting en ik kan mij nog even heerlijk douchen.