Travelwire






Dag 11: Las Terrazos

20 juli

Het is niet zo'n rustige nacht. Eerst moet ik al de tent uit vanwege buikkrampen. Gelukkig kan dat nu zonder overlast te veroorzaken, want Jan heeft z'n eigen tent, nu Ineke en Girtruud weg zijn. Verder ploft er af en toe ploft een mango uit de boom. En 's morgens droom ik van een huilend kind aan mijn bureau - wat zet ze een keel op, zeg! Direct daarop word ik wakker van een kraaiende haan...
We rijden na het ontbijt direct weer de snelweg op en zijn nu spoedig bij Las Terrazas, waar veel Cubaanse Palmgierzwaluwen vliegen rond het kantoortje waar we toegangskaarten moeten kopen. Ze broeden in het dak van palmbladeren.

Cubaanse Palmgierzwaluwen

We rijden naar Baņos de San Juan. Een diep uitgesleten beekje stroomt hier in stroomversnellingen en zelfs wat kleine watervalletjes door het bos. Er is een smal paadje langs het water en een eindje verderop is zelfs een stuk grasland. Een ideale plek voor een zwempartij. Maar dat weten de Cubanen ook, elke dag stromen de mensen toe. Er wordt de hele dag gebarbecued en er wordt veel drank weggepoeld. Als wij komen is het nog rustig. We gaan eerst het restaurant in. Je zit er heerlijk en er zijn nette toiletten. Jan ziet hier de eerste Cubaanse Smaragdkolibrie, ik mis hem helaas.
Daarna willen we gaan wandelen. Het pad blijkt voor ons te heftig, tegen 4 kilometer over glibberende modderpaadjes afdalen zien we teveel op. Alleen Jan, Annet en ik willen het proberen. Waarbij ik van een goede uitkomst in het geheel niet zeker ben, maar afdalen gaat me in ieder geval beter af dan stijgen. De man van het restaurant vertelt dat er nog een tweede pad is, slechts 2 kilometer lang, dat een eind verderop start bij de campismo en dat ook hier uitkomt. Als wij dat jungletrail volgen, kunnen de anderen via de weg teruglopen, zodat iedereen het naar de zin zal hebben. Dat doen we dus.
We lopen eerst op een verkeerd pad, op de campismo weet men blijkbaar ook niet precies welk pad het dan wel moet zijn. We zien hier al snel mensen van de universiteit die bezig zijn aan een inventarisatie van orchideeën. Ze groeien hier in grote aantallen, maar zonder bloem, zodat ze door ons niet als orchidee herkend worden. De orchideekenners wijzen ons er een paar aan, zomaar langs het pad. Zij vertellen ons dat we qua pad fout zitten. Het korte uitstapje levert wel Grote Cubavink en veel Cubaanse Groene Spechten op.

Roodpootlijster

Het andere pad is snel gevonden, maar blijkt niets anders te zijn dan de oude weg, die een eind verder uitkomt op de nieuwe weg. Grijze Koningstiran, Cubatroepiaal, Roodpootlijster en Amerikaanse Torenvalk zijn algemeen en ook de Bahamaspecht wordt weer gezien.
Terug bij Baņos de San Juan nemen we alle tijd voor de maaltijd. Kip met friet en Cola maar weer. Na het eten gaat een deel van de groep zwemmen, Jan gaat met Carlos naar een verkooppunt om brood te halen en ik ga nog wat vogelen. Het levert een prachtige Kleine Cubavink op en verder de normale soorten. Als ik bij de rivier terugkom, neem ik toch ook maar een bad - zweet, zweet en nog eens zweet. Het water is echter lekker fris. En zoet, dus je kunt je haar er prima in wassen. Ik zie als ik na poosje aan de waterkant zit op te drogen ook een Cubaanse Smaragdkolibrie, dat werd tijd. Drie tienermeisjes staan aan de overkant van het beekje, maar het pad houdt daar op en het is lastig om verder af te dalen naar de waterkant. Ze staan er wat triestig bij, vind ik. Ik geef met een gebaar aan dat ze over de brug, daarginds, moeten gaan als ze aan de overkant willen komen. Ik zit vlak onder het restaurant, misschien willen ze daar wel graag heen. Even later komen ze aanlopen en ze willen me direct maar om de hals vallen - ik weet dat Cubanen op deze manier groeten, maar dit lijkt mij geen zuivere koffie. Ik weet deze heftige begroeting nog net af te weren ("No! No! Don't do that!"). Het wordt een luchtkusje, omdat ik het kind weg duw. De dames druipen af nadat ik hen geen normaal antwoord geef op de vraag "Allemande?" "Waarom wil je dat weten?", vraag ik in onvervalst Hollands. Het blijkt afdoende om de jineteras duidelijk te maken dat ze hier geen buit kunnen behalen.

We zouden op deze plek onze tenten kunnen opzetten, bij de aanschaf van de toegangskaartjes was dat aangegeven. Maar nu komt Raul, een lange, grijze Cubaan met snor, ons vertellen dat het niet kan. En hij is hier de lokale chief. Maar tegelijk blijkt dat er wel wat te 'regelen' valt. Intussen is Carlos er ook bij komen staan. Ik ga maar gauw naar de bus, want daar zijn al mijn spullen, inclusief paspoort, nu onbewaakt achtergebleven. Even daarna komt Carlos knarsentandend aangelopen. Hij wil CP 5,00 per tent hebben! "Crazy! Terrible man!" Carlos sist van woede, maar kan er natuurlijk ook niets aan veranderen. Het duurt niet lang of de groep komt er ook aan. Tijdens hun gesprek hebben ze bovendien gezien hoe mannen met stenen een Kalkoengier uit de lucht kegelden en hem onder de ogen van opzichter Raul doodsloegen. Hij deed er niets tegen. Nee, deze man heeft zich niet geliefd gemaakt.

We rijden een stukje en komen weer bij een boer te staan. Een rijke veeboer dit keer, die in tegenstelling tot de boer van gisteren nog steeds voor de koeien van Fidel mag zorgen. We mogen onder een luifel onze tenten opzetten. In het donker komen er twee grote uilen overvliegen. Absoluut geen Velduil, ook geen Kerkuil. Het moeten dus Grote Ransuilen zijn!
De avondsluiting wordt gevolgd door een heuse briefing. Daarna ga ik snel in de tent, want ik heb weer jeukeritis. Op bepaalde tijden op de dag krijg je een jeukaanval en zelfs al is er geen enkele mug in de buurt, het lijkt net of je weer lekgestoken wordt. Brrr...

Amerikaanse Torenvalk