Travelwire






Dag 12: Las Terrazos - Pinar del Rio - Viñales

21 juli

Het klappert van de regen. 's Nachts, maar ook 's morgens komt er weer een flinke bui opzetten. We zitten hier ook in een erkend regengebied, zo tegen het gebergte aan. Intussen heb ik toch weer goed geslapen.
Op weg naar Pinar del Rio. Deze stad is groot geworden door de tabaksteelt en genoemd naar de vele pijnbomen (een naaldboom), die in de omgeving groeien. We rijden er over de Calle José Marti, de hoofdstraat met het Palacio Guasch, een kitscherig bijeenraapsel van allerlei bouwstijlen. De binnenkant lijkt me interessanter, maar daar moet je tijd en zin voor hebben: het is een Natuurhistorisch Museum met veel informatie over prehistorisch leven op Cuba. Wij bezoeken in deze stad iets anders, ook heel interessant: rumfabriek Casa Garay. We merken dat hier een bruine drank bereid wordt door toevoeging van een bepaalde vrucht, de guayabita, aan rum. We mogen er van proeven, het is net een grote rozijn op rum. Er valt verder niet veel te zien, al snel zijn we in de winkel, waar we een vingerhoedje mogen proeven. Voor nog geen CP4 koop ik 0,7 liter rum, een prijs die later toch nog wat te hoog blijkt te zijn. Dit is overigens de enige fabriek ter wereld waar het spulletje geproduceerd wordt.

We rijden vervolgens door naar Viñales, waar we spaghetti eten en een stukje door de stad lopen. In de Valle de Dos Hermanos maken we een wandeling van een uur door het mogote-landschap. Dit bestaat uit kalkgesteente en dat is erg broos. In de loop der tijden 'smelt' het weg door erosie. Er zijn echter ook delen van harder gesteente, dat blijft staan. De bergen zijn daardoor grillig gevormd, staan vaak apart in het landschap en bevatten veel grotten, met daarin weer een eigen flora en fauna. Een heel bijzonder gebied dus, vergelijkbaar met het Karstgebergte in Zuidoost-Azië.

Hier is ook een muurschildering van 180 bij 120 meter te bewonderen, naar verluid in opdracht van Fidel Castro gemaakt. Eigenlijk vind ik er niet veel aan, 't is een gigantisch brok natuurvervuiling. Maar ja, het is er nou eenmaal. We wandelen over een blubberpad, maar het is wel leuk om eens een stukje te lopen. Er staan enkele hoge tabaksschuren, er wordt in deze streek veel van dat spul verbouwd. Helaas niet in deze tijd van het jaar.

Als we bij een boerderij komen, worden we uitgenodigd om op het erf te komen. De boer roept er een ander bij, die gitaar kan spelen, en begint hartverscheurend te zingen. Echt Cubaans. We houden het maar zo gauw als beleefdheidshalve mogelijk is voor gezien; hij wil er een heel feest van gaan bouwen. Voort gaat het weer, al glibberend langs koffiestruiken met groene bessen en mooie vlinders, langs rijstvelden en welke andere gewassen er allemaal mogen groeien.

Een juk ossen komt ons tegemoet. Achter hen aan sleuren ze een slede voort met daarop een boer, die van z'n land komt. We passeren een kleine woonkern, daarna wordt de weg iets beter begaanbaar en dan zijn we al snel zijn weer bij Carlos, die met de bus is omgereden.
We rijden naar Viñales terug om er wat te drinken. Vanaf het terras zie ik de Cubaanse Purperzwaluw, die ik al eerder gezien heb, maar waar ik toen niet uit kwam omdat ook de (gewone)Purperzwaluw hier voorkomt. Die is alleen maar in de hand van de Cubaanse Purperzwaluw te onderscheiden. Ik heb nu de tijd om in m'n boek te lezen, en ik zie nu dat de Purperzwaluw alleen in de trektijd op Cuba te zien is. Het is voor deze soort nu geen trektijd, dus valt hij af en houd ik alleen de Cubaanse Purperzwaluw over. Mooi zo.

Het is nog zo vroeg, dat we besluiten om alvast een stukje van het traject voor morgen af te leggen: op naar Guanahacabibes! Carlos scheurt er flink op los en we komen door een mooi gebied met hoge tabaksschuren en rijstvelden. Op de plek waar we een verlaten huis zien, vliegt een Kleine Blauwe Reiger op en er zit een mooie Amerikaanse Torenvalk. Maar met het huis is niets te beginnen. Een stukje verder is een prachtige overdekte ruimte, het ziet er uit als een voormalig restaurant dat nu niet meer in gebruik is. De mensen die er achter wonen, nodigen ons hartelijk uit om er vannacht te komen slapen. Moeder stopt de maaltijd om de vloer aan te vegen. Daarna maakt ze de plee nog even schoon. Intussen zetten wij onze tenten op en houden we onze maaltijd, met een heerlijke mango toe. Het enige nadeel is altijd weer dat je vervolgens met allemaal draadjes vruchtvlees tussen je tanden loopt, tenminste 24 uur ben je de klos.
Al vroeg duiken we in onze tenten, maar een schetterende herrie vanuit de televisie verscheurt de nachtrust. Tot ook dat stopt.