Travelwire






Dag 14: Guanahacabibes

23 juli

Ik krijg nachtelijk bezoek van een grote krab. Een vingergrote en duimdikke tor ritselt tegen de ochtend tussen buiten- en binnentent. De morgen wordt opgesierd met een kleine slang in de tuin, vlak achter de tenten. De tuin hoort bij het kantoortje waar de gidsen voor Cabo de San Antonio resideren. Het kantoortje zelf geeft met behulp van enkele panelen informatie over het UNESCO Biosphere Reserve. Naast de tuin is een rommelig stuk braakliggend grasland, waar wij onze tenten konden opzetten.
Er is een pad dat van het gidsengebouwtje naar 'ergens tussen de bomen' leidt en ik hoor vreemde vogelgeluiden uit die omgeving. Als ik er een kijkje neem, blijkt er een prachtige Cubaanse Trogon duidelijk zichtbaar in een boom te zitten. Als ik Jan ga halen, is de vogel helaas verdwenen.

Grote Cubavink (Yellow-faced Grassquit, Tiaris olivacea)

We beluisteren na het ontbijt een preek van ds. Kuyt over 2 Korinthe 5:11a. Dan hangen we wat rond bij de tenten. 's Middags om half vier zit ik met Jan op de veranda van het kantoor. De rest is naar het strand om verkoeling te zoeken in de zee. We lezen en schrijven wat. Het is heet. Af en toe strijkt er een windvlaag over ons heen. Aan de overkant van de versleten asfaltweg bromt een generator, in een laag douchehokjes-achtig gebouwtje met een verroeste brandstoftank er voor. Een stukje verder naar rechts staat het voormalige restaurant, dat nu is omgetoverd tot politiepost. Bamboe wanden, een 'rieten' dak en een blauwe watertank er achter. De politie-agent staat zijn (?) vrouw innig te knuffelen. Even daarna loopt hij, het bovenlijf ontbloot, naar het Meteorologisch Station, links van ons. Zijn werk zit er blijkbaar even op: hij moet vrachtwagens en andere auto's met dagjesmensen die naar het strand gaan, controleren. Ze zijn er nu en hij verwacht er niet meer. Straks, als ze terugkomen, heeft hij weer dienst. Nu nog niet.
Een jonge vrouw komt aangefietst, een rode plastic bak op de bagagedrager. Er zit een jongetje in, zeer blond en met enkele kreeftenstaarten naast zich in een zak. De staarten probeert ze aan ons te verkopen, voor het ventje zal ze destijds zichzelf wel hebben verkocht...
We willen naar de cola, die Jan op het Meteorologisch Station koud heeft laten zetten. Een aantal geluiden laat ons echter achter een vermeende trogon aangaan, die een Cubaanse Kraai blijkt te zijn. Daarna toch de cola maar eens gehaald en er Cuba Libre van gemaakt.

Intussen komt een Frans stel langs, hij op krukken, om een tochtje met gids te maken. Te laat, het is al 17.00 uur als ze vertrekken. We vragen natuurlijk even naar zijn been. Het blijkt gebeurd te zijn in Havana, waar hij zijn rugzak in de laadbak van de vrachtauto wilde gooien. De rugzak schoot echter van z'n rug, waarbij hij zijn voet zodanig verdraaide dat er een botje knapte. Binnen anderhalf uur was alles geregeld: röntgenfoto's, gips, maar... geen krukken. Tenslotte had hij één kruk te pakken, voor meer dan 80 dollar. Dat ging dus niet door. Ze zijn naar Viñales gegaan, waar een timmerman prachtige houten krukken voor hem heeft klaargemaakt. Dit is Cuba! Overigens is dergelijke snelle en efficiënte medische hulp niet weggelegd voor de gewone Cubaan. Maar ja, toegegeven: de kennis is er wel en de mogelijkheid blijkbaar ook.
Als de dames terugkomen van het strand, beluisteren we een preek van ds. Huisman over Mattheüs 28:1-8. We eten nog een bolletje brood, erg droog inmiddels, waarna we onze tent in gaan om daar eens even lekker mugvrij te kunnen zijn. Jammer dat de luifel omver gelopen wordt, waardoor ik de deur open moet zetten; een minuutje is genoeg om 15 muggen te verzamelen. Voordeel is wel, dat er nu meer frisse lucht de tent binnenkomt: ik heb de luifel opgebonden.