Travelwire






Dag 4: Shush - Chogha Zambil

Maandag 4 juli

Het ontbijt bestaat uit platte koeken met suiker, jam of tonijn. Ik draai snel nog een wasje, dan is het vanmiddag wel weer droog. We lopen vervolgens in de richting van het busstation. Er stopt al snel een oranje taxibus om ons op te pikken. De rit duurt nog vrij lang, er is ook nogal druk verkeer. Ahwaz is groter dan we dachten! Op het busstation kopen we een kaartje. Dan gaan we in het wachtlokaal zitten. Bij het loket staat een rij mensen, mannen en vrouwen - enkele in zwart gehulde dames, doeken over hun hoofd - gescheiden.

Ineens is het dan toch zover: we kunnen de bus in. Gelukkig mogen wij als eerste instappen, dan kan je een beter plaatsje bemachtigen. De plek bij de deur levert mij de fel begeerde beenruimte op. Een stevige rit richting het graf van Daniël en de burcht Susan (Shush) volgt. In Shush drinken we eerst een bakje thee. Een verstandige zet, de hitte is moordend.

Vervolgens mogen we bij Daniël op bezoek. Een lege tombe, overdadig geglitter, met veel hedendaagse bankbiljetten er omheen. Het graf van Daniël is namelijk ook voor moslims, wonder boven wonder, een bijzondere plaats. Voor hen is het zelfs een heilige plek, dat is het voor ons niet eens. En hoewel het niet onwaarschijnlijk is dat het inderdaad het graf van Daniël betreft, is dat niet helemaal zeker. Zijn lichaam is hier ook niet meer te vinden, want er is nogal mee gesold in vervlogen tijden. Het verhindert de moslims niet ijverig hun gebeden tot Allah op te zenden in de nabijheid van het graf van deze Jood. Een fleurig kleedje met een bidsteen daarop ligt voor hen uitgespreid en de nodige rek- en strekoefeningen worden uitgevoerd.

Na het grafmonument is de burcht Susan aan de beurt. Ik veroorzaak een ongeluk, doordat een automobilist niet goed oplet als hij mij ziet passeren. Hij trekt op, maar de auto voor hem staat alweer stil... Tja, dan krijg je ongelukken, hè. Het blijft gelukkig bij een kapot knipperlicht. Een prachtige vesting blijkt slechts een gebouw waarin Franse archeologen hun vondsten veilig konden bewaren. Zij moesten zich namelijk verdedigen tegen aanvallen van de lokale bevolking, die begrepen had dat er hier wel dingen van waarde gevonden werden. Het gebouw dateert echter uit 18-zoveel en wat wij zoeken is ouder. De muurtjes van het paleis van Darius zijn tegenwoordig slechts 30 tot 50 centimeter hoog, maar het paartje Zijdestaart dat hier rondvliegt is wel een goedmakertje.

Nadat we 'alles' gezien hebben lopen we weer terug naar het beginpunt, waar juist een gezinnetje op de brommer aankomt. Het is een modern echtpaar, met hun zoontje. Mevrouw durft gerust haar burka af te doen en iedereen mag hem passen. Daar maken de dames naar hartelust gebruik van en ook ik ontkom er niet aan om het ding aan te trekken. Er wordt wederzijds veel gefotografeerd en meneer maakt met zijn mobiele telefoon er een complete speelfilm van. We worden één keer uitgenodigd om bij hen thuis te komen kijken. Maar een aanbod moet dan nog tweemaal herhaald worden om serieus te zijn, dus scheiden onze wegen.

We proberen nog het kasteel te bezichtigen, maar met een paar vage smoezen worden we daar afgescheept. Het enige dat we er van overhouden, is een serietje foto's en een paar scheutjes ijskoud water, dat over polsen en gezicht kan worden geschept. Een sublieme heerlijkheid bij zoveel hitte! Het wordt tijd om naar een restaurant met airco uit te zien. Hier is het inderdaad heerlijk koel en de airco staat op 29ºC, terwijl het buiten 48º is! We zitten twee- tot driemaal langer aan de overigens voortreffelijke maaltijd van rijst en kip dan gewoonlijk. Maar tenslotte komt toch het ogenblik waarop we terug moeten, de oven in. We moeten maar goed in de gaten houden dat het nog veel erger kan, want we zitten nu juist in een wat koudere periode. Soms is het hier 's zomers wel 60º! Voor ons is dit in elk geval al meer dan genoeg, dat mag duidelijk zijn. We wachten even op een bus. De zon staat nogal recht boven ons, in een klein steegje maakt een muur een smalle streep schaduw. We verdelen ons netjes langs de wand, met de ruggen stijf daartegen aan geklemd. Een deur aan de overzijde gaat open: of we binnen willen komen, hier is airco. Het aanbod wordt niet afgeslagen. De lieve mensen, een pasgetrouwd echtpaar, bieden ons ook nog eens limonade aan, inclusief ijsklont. Laten we hopen dat het kraanwater ons geen problemen oplevert en dat we snel genoeg gedronken hebben om het ijs niet te laten smelten.
De prijs van de bus wordt na een kwartiertje onderhandelen vastgesteld, Jan komt ons halen en we rijden via Haft Tappeh, waar niks te zien valt, naar de zigurrat Chogha Zambil. Deze toren was vroeger tweemaal zo hoog als nu, en als wij het bekijken is dit al een geweldige hoogte! Als we de bus uit stappen, loopt de groep al gauw wat voor me uit. Er komt echter een gids aanlopen en Heintje en ik krijgen een privé-rondleiding. Zo zien wij inscripties, een scharnier en sleutelgat, een glazuurtegel, kindervoetje en offerplaats. De anderen missen dit aanvankelijk, maar als zij horen over onze gids, lopen ze met hem nogmaals een rondje om de zigurrat. Intussen zit ik met enkele zwetende groepsgenoten in een bouwketencomplex, dat aan de bewakers / kaartverkopers toebehoort, voor de airco. Een woordje dat in dit reisverslag nog wel vaker zal gaan vallen. Want tjongejonge, het is soms ècht niet te harden. En al helemaal niet voor de dames...
We gaan terug naar Shush, daarna kunnen we pas weer naar Ahwaz rijden. In Ahwaz zoeken we de rivier op, waar wat vogels en vleermuizen te zien zijn. We eten weer bij de Sun Burger. We hebben een paar leuke en goede gesprekken met de jongeren, vaak gewone studenten, die hier een hapje komen eten. Als een meisje naar buiten loopt, wordt ze staande gehouden door een 'landwachter'. Ze heeft haar hoofddoek niet goed over haar haren zitten - dat wordt een bekeuring. Er gaat een gesis op in de zaak. Maar de zedenpolitie heeft veel macht, de agent in burger komt naar binnen en geeft ook de zaak een bekeuring. Zij hebben het meisje er niet op gewezen dat haar hoofddoek niet goed zat en zijn dus ook in overtreding! We bezoeken het postkantoor, zodat we naar huis kunnen bellen. Daarna lopen we terug naar het hotel, waar ik ga douchen, de was doe en ga slapen.