Travelwire






Dag 8: Kharanaq - Chak Chak - Meybod

Vrijdag 8 juli

Vandaag krijgen we een rondrit in de omgeving van Yazd. Een mannetje van het hotel staat al klaar. We halen eerst een biels ijs bij de ijsfabriek. Dat schijnt door heel Iran de gewoonte te zijn: in de zomer heb je koeling nodig en die krijg je door elke dag een grote kluit ijs van ca. 100 x 25 x 25 centimeter te halen. Hotels en winkels krijgen ze netjes voor de deur afgeleverd. Dan staat er in de vroege morgen een hele stapel voor de deur te wachten. Het ijsblok wordt door de chauffeur met een ijzeren staaf in stukken geslagen en achterin de bus in een grote koelbox gestopt. We gaan op zoek naar een watervoorraad, wat niet eenvoudig is, want het is vrijdag en dan zijn de moslimwinkels gesloten. Bij n van de weinige winkeltjes die vandaag open zijn kunnen we flessen drinkwater aanschaffen. Enkele van deze flessen kunnen nog in de koelbox. Dat heeft later op de dag wel veel profijt opgeleverd!

Eerste programmapunt is Kharanaq. Wat mij betreft meteen ook het mooiste. Het is een verlaten en verwoest woestijnstadje, het bezoeken meer dan waard. De caravanserai is compleet gerestaureerd en heel mooi. Na het dak bezocht te hebben, uiteraard met een mooi uitzicht over de binnenplaats en de omgeving, lopen we door wat nauwe steegjes. Vervolgens gaan we in een halve cirkel om de stad heen, terug naar het busje. Leuk zijn daarbij ook de granaatappels en pistachenoten, die we tegenkomen. Iraanse meisjes zijn ook op bezoek in dit stadje en willen graag met ons op de foto. Verder is er een oud echtpaar, dat in deze stad woont. Heel leuk om daar heel even in huis rond te kunnen kijken.

De rit gaat vervolgens naar Chak Chak, waar we na een lange rit door de lege woestijn aankomen. Deze vuurtempel van de Zoroasters ligt op een berg, 50 km ten noordwesten van Yazd. Het Zoroastrisme gaat uit van twee goden: de goede god Ahoera Mazda en de kwade god Ahriman. De mens moet zich voortdurend reinigen van de besmetting van Ahriman. Dit gebeurt in de vuurtempels, waar in het wit geklede priesters de eeuwige vlam onderhouden. Dit vuur moet rein blijven, zodat iemand die in het vuur blaast zelfs de doodstraf zou verdienen, of dit nu bij opzet of per ongeluk gebeurt.

De tempel ziet er niet uit alsof het de lange rit waard is, bovendien is het nog wel een fikse klim. Jaarlijks komen duizenden pelgrims bijeen, waaronder ook Zoroasters uit India, om hier van 14 tot 18 juni feest te vieren. Zodra zij de tempel zien, trekken zij hun schoenen uit en gaan zij op blote voeten verder; wij hebben het nog niet zo slecht, we mogen onze schoenen gewoon aanhouden. Op deze plek zou ten tijde van de invallen van moslimhorden een wonder gebeurd zijn: een groep vluchtelingen raakte ingesloten toen ze bij deze berg niet meer verder konden. Maar de berg opende zich en nam de hele groep in zich op, zodat ze onvindbaar waren voor hun achtervolgers. De verhalen hierover variren echter enigszins, zodat ik er niet de juiste hoogte van kan krijgen. Inmiddels staat er op deze plek dus een belangrijke tempel, met aan de muur fakkels met het eeuwige vuur. Wij mogen ook binnen komen, moeten dan wel een dophoedje op en onze schoenen moeten uit. De marmeren vloer blijkt nat te zijn vanwege een bron, het water drupt van de bergwand. Bijzonder, in een land dat in de wijde omtrek verder helemaal droog is! Chak Chak betekent Drup Drup, de herkomst van deze naam is ons nu wel duidelijk. We lopen terug naar beneden en komen daar sterk verhit aan. Wt een temperaturen... Gelukkig krijgen we nu ijswater te drinken: de ijsblokken hebben onze plastic waterflessen keurig ingevroren, maar enkele flessen zijn nog niet helemaal met ijsgevuld. Dit water delen we eerst rond; heerlijk, maar het is wel een beetje link. Niet teveel tegelijk drinken, dat is ongezond. We krijgen vervolgens allemaal een ijsfles en kunnen af en toe een slokje nemen. Het ijs smelt snel genoeg om om de zoveel minuten een teug te kunnen nemen.

Als derde punt staat Meybod op het programma. In de gerestaureerde caravanserai hebben we een zeer relaxte maaltijd. We eten uitgebreid. Buiten is het nu op z'n heetst en binnen zitten we prima. Alleen de chauffeur wordt ongeduldig. We maken de tour snel even af: het ijshuis zien we vanuit de bus, de pottenbakkerij lopen we in en direct weer uit en het Nareinkasteel 'doen' we in 5 minuten.

Het laatste serieuze punt is 'torens der stilte', twee stenen bunkers bovenop twee heuvels. Hier brachten de Zoroasters vroeger hun doden; mannen op de ene, vrouwen op de andere heuvel. Ze werden door de gieren verscheurd, zodat hun onreine dode lichamen niet de aarde verontreinigden. Crematie was ook geen optie, omdat de onreine as dan de lucht zou vervuilen. Maar deze wijze van lijkbezorging mag nu niet meer van de overheid, dus is er een nieuwe begraafplaats in de buurt gemaakt. Wellicht zijn de graven in feite een betonnen bak, waardoor de aarde ook niet verontreinigd wordt. Dat zou ook kunnen verklaren waarom een Zoroaster als Darius in zijn praalgraf bij Nasq-e-Rostam in een tombe is gelegd. Blijkbaar is dat voor deze mensen een goed alternatief. Ik heb geen puf meer voor een klim naar boven, om te ontdekken dat er eigenlijk toch niets te zien is. Dus Ria, die hetzelfde idee heeft, wordt door mij gevolgd op een vrij horizontaal lopend zijpad. Het grote voordeel van dit pad is een schaduwplekje, een eindje verderop. Iets waar wij onmiddellijk het nut van hebben ingezien...

De bus brengt ons terug naar het hotel, waarna we gaan eten. Als we terugkomen, is er gelegenheid om naar de moskee te gaan, waar we door een gewillige dorpelwachter naar boven geleid worden. Daar kunnen we in de moskee kijken en zijn we getuige van het gebed. Een jongetje staat er wat verloren tussen, klimt als vader knielt op zijn rug om paardje te rijden. Als de voorstelling afgelopen is, klimmen we op het dak. Hier vandaan zijn foto's te nemen van de verlichte Jameh Moskee. Vervolgens nemen we een taxi in die richting, zodat we ook van dichtbij foto's kunnen nemen. Om 22.00 uur zijn we terug in het hotel voor de avondsluiting.