Travelwire





Onder toeziend oog van Khomeini wordt de administratie bijgewerkt.

Dag 15: Teheran

Vrijdag 15 juli

Tja, wat hebben we gedaan in Teheran? Na ruim twee jaar moet ik het van de foto’s hebben om een reconstructie te maken… Maar ook dat is nog wel te doen: eerst zijn we naar het Golestan Palace gegaan, waar we onder andere de albasten troon kunnen bewonderen. De toenmalige Shah, die zo’n 200 vrouwtjes onderhield, liet hem in 1801 maken uit 65 stukken albast. Het is allemaal wat overdadig, maar vooruit, we zijn intussen wel wat gewend.

De albasten troon.

De tuin van Golestan Paleis

Er is een prachtige tuin. Een overvliegende Arendbuizerd wordt op de schamele vogellijst gedeponeerd. Daarna lopen we een trap af, om een bijbehorend museum te bezichtigen. Ik heb het er inmiddels toch wel vrij snel bekeken, het wordt allemaal een beetje erg veel van hetzelfde.

Een blokje spijkerschrift. daarom een detailopname.

De stèle van Hammurabi.
(Stele? D'r staat toch juist dat dat niet mag?!)

Vervolgens bezoeken we het Iraanse Nationale Museum, waar ik eigenlijk veel meer interessante dingen tegenkom, zodat het me toch nog wel weer boeit. Verhalen in spijkerschrift, onder andere op een replica van de stèle van Hammurabi, met z’n vele wetten. Beeldhouwwerk van de koning met z’n dienaren, die bezoek ontvangt. Stieren, zwaarden en ander kunstwerk zijn te bewonderen. En ook de overblijfselen van de Zoutman (niet de onze), die in 1993 in de zoutmijn van Chehrabad werd gevonden. Een man van 37 jaar, van 1.75 meter lang, die rond het jaar 300 een niet-natuurlijke dood is gestorven. Een gouden oorring wijst er op dat hij een voornaam man moet zijn geweest. Nu kan iedereen zijn geconserveerde hoofd bezichtigen en als dat niet genoeg is ook zijn linker laars (met het onderbeen er nog in). De vondst van een antiek zoutmijnlijk is na 1993 nog enkele malen herhaald: op 31 december 2005 werd de vijfde ontdekt, op 2 juni 2007 de zesde.

In het restaurant eten we een bak met salade en de mineralen zijn weer erg welkom, herinner ik mij nog. Buiten ontdek ik een vredig broedende Palmtortel, die gebruik maakt van een speciaal daarvoor ingericht hoekje. Ook in Teheran houden mensen van vogels.

Het middagprogramma bestaat uit een bezoek aan de hoge Alborzbergen, met op de hoogste toppen zelfs nog sneeuw. We gaan met een kabelbaantje omhoog en genieten van het prachtige uitzicht over de miljoenenstad. Het noordelijk deel, waar we zojuist doorheen kwamen, is duidelijk het rijkere Teheran. De mensen zijn ook hier zeer bereid tot het maken van een praatje met westerse toeristen. Nadat we met de kabelbaan weer zijn afgedaald, rijden we in taxi’s terug naar de buslijn, die ons verder naar het centrum zal transporteren. De taxichauffeur maakt ons met behulp van een bankbiljet (met daarop de beeltenis van Khomeini) duidelijk dat alle geestelijken hier gek zijn. Ten overvloede maakt hij nog eens het gebaar van een tulband op het hoofd, waarna hij “màd!!” roept. Jaja, we snappen het… Het gewone volk hier is de onderdrukking van de islamitische geestelijkheid allang een doorn in het oog. Gelukkig hebben ze een manier gevonden om toch hun gang te gaan. En al heeft het leven in Teheran best wel enige beperkingen, wie er thuis is, weet hoe hij zich gedragen moet om de zedenpolitie om de tuin te leiden en welke manieren er zijn om toch gewoon te doen wat je zelf wilt.
Het verdere verloop van de dag is mij niet meer bijgebleven. Maar veel meer is het niet geweest. We moeten er morgen vroeg uit, dus zal het wel niet zo laat geworden zijn.